Toekomstverkenning: veel vragen, weinig antwoorden

Moeten de publieke scholen een grotere rol gaan spelen bij leven lang ontwikkelen? Gaat de knip tussen mbo en hoger onderwijs verdwijnen? Gaan alle jongeren tot 15 jaar naar een ‘junior college’? In de toekomstverkenning ‘Vandaag is het 2040’ komen veel fundamentele vragen aan de orde. Antwoorden nog niet.

Op initiatief van (demissionair) minister Robbert Dijkgraaf heeft een consortium van onderzoeksbureaus het afgelopen half jaar gewerkt aan een toekomstverkenning voor het mbo en het hoger onderwijs. Volgens de minister is het na zo’n dertig jaar tijd voor een fundamentele stelselherziening. Een belangrijke vraag voor Dijkgraaf: is het mogelijk het idee van een ‘waaier van gelijkwaardige opleidingen’ te concretiseren in een nieuw onderwijsstelsel?

Diepgravend

Een indrukwekkende lijst van onderzoekers heeft zich gebogen over de toekomstverkenning. Bijna ieder bureau dat zich de laatste jaren heeft beziggehouden met het beroepsonderwijs kreeg een plek in het consortium. Het gaat onder andere om het de Nijmeegse bureaus KBA en ResearchNed. Ook onderzoekers van AEF en het Kohnstamm Instituut kregen een plek in het team. Onder de titel ‘Vandaag is het 2040’ heeft het consortium een diepgravend rapport gepubliceerd.

Drie scenario’s

Centraal in het rapport staan drie scenario’s. In het eerste scenario dient het onderwijs in de eerste plaats een economisch doel: scholen zorgen ervoor zorgen dat werkgevers aan voldoende bekwaam personeel kunnen komen. In het andere uiterste scenario hebben scholen primair de opdracht om de individuele ontplooiing van de student te ondersteunen. Bij een derde scenario moeten scholen zich richten op de oplossing van grote maatschappelijke problemen als de klimaattransitie.

Thema’s

Volgens de logica van de onderzoekers leidt de keuze van een scenario automatisch tot een aantal ingrijpende stelselwijzigingen. Zo zou bij het economische scenario de knip tussen mbo en hbo verdwijnen. Op regionale schaal bepalen ‘economic boards’ hoeveel studenten er bij welke opleiding nodig zijn. In het scenario waarin scholen vooral een bijdrage moeten leveren aan maatschappelijke problemen zouden zelfs mbo, hbo en wo in één instelling terechtkomen. In dit scenario blijft er weinig van de autonome school over: scholen krijgen van de overheid de opdracht een bijdrage te leveren aan de oplossing van problemen. Jongeren blijven tot 15 jaar samen in een ‘junior college’. Het derde scenario, waarbij onderwijs de individuele ontplooiing ondersteunt, lijkt het meest op de huidige situatie. Er blijven aparte scholen voor mbo, hbo en wo. De vrijheid voor studenten om een opleiding te kiezen staat niet ter discussie.

Weeffouten

Door de demissionaire status van het kabinet blijft vooralsnog onduidelijk wat het standpunt van minister Dijkgraaf is. Eerder sprak hij over de noodzaak om historische weeffouten in het stelsel te herstellen. Het lijkt logisch dat hij het meeste voelt voor het scenario waarbij scholen zich richten op grote maatschappelijke problemen. In dat scenario is er een late selectie (15 jaar), is het onderwijs niet louter gericht op cognitieve vaardigheden, wordt het onderwijs verzorgd door brede instellingen die zich richten op mbo, hbo en wo en is de markt voor private opleiders beperkt. Door de val van het kabinet bestaat het gevaar dat de grondige toekomstverkenning in de spreekwoordelijke la belandt. Of krijgt Dijkgraaf de kans zijn karwei af te maken?

Lees hier het rapport ‘Vandaag is het 2040’

Lees ook: Minister laat onderzoek doen naar toekomst mbo en hoger onderwijs