Op vrijdag 23 januari kwamen bestuurders en onderwijsprofessionals uit het vo, mbo en hbo op de Christelijke Hogeschool Ede samen tijdens de Doorstroomconferentie LOB. Het doel: kennis, inzichten en ervaringen uitwisselen om samen te werken aan naadloze onderwijsroutes. In deze reportage blikken we terug op een inspirerende en confronterende dag over doorstroom, kansengelijkheid en de kracht van begeleiding.
Het is vrijdagochtend 10.00 uur. Al direct in het begin van de Doorstroomconferentie is duidelijk waarom er zoveel belangstelling is voor dit door het Expertisepunt LOB georganiseerde evenement. Goede loopbaanoriëntatie, -ontwikkeling en -begeleiding zijn essentieel en verdienen blijvende aandacht en betrokkenheid, juist bij doorstroommomenten. De bestuurders en studenten die bij de start op het podium staan, onderstrepen dit in woord en enthousiasme. Bij dit onderdeel (‘De Wereld Stroomt Door’) oogsten de studenten het meeste applaus. Zij vertellen openhartig over hun schoolloopbaan en de rol van LOB daarin.
‘Ik zie het in je!’
Woorden doen ertoe, bleek uit de ervaringen van de jongeren op het podium. Sommigen werden door een begeleider ontmoedigd in hun keuze of hoorden jaren later nog de echo van die ene docent in hun hoofd: ‘Dit is niets voor jou’. Andersom werkt het gelukkig ook. Een zin als ‘Ik zie het in je!’ kan doorslaggevend zijn. Zo benadrukken de studenten hoe vertrouwen en goede begeleiding écht het verschil kunnen maken. Gezien worden en ruimte krijgen om te proberen en te groeien zijn essentieel voor goede LOB en doorstroom. Daar hoort ook bij dat je een andere richting mag kiezen als dat beter voelt. Hierbij hoort begeleiding die vooral stuurt op wat bij je past en wat motiveert.
LOB wordt al maar belangrijker
Na deze indrukwekkende persoonlijke verhalen, beklimmen de voorzitters van de VO-raad (Henk Hagoort), de MBO Raad (Adnan Tekin) en de Vereniging Hogescholen (Maurice Limmen) het podium. Zij ondertekenen de gezamenlijke LOB-Visie en bekrachtigen daarmee hun ambitie om loopbaanoriëntatie, -ontwikkeling en -begeleiding stevig te verankeren in de hele onderwijskolom. In de visie staat centraal dat alle jongeren moeten kunnen rekenen op samenhangende en kwalitatief goede begeleiding bij hun talentontwikkeling, het maken van bewuste keuzes en het zetten van vervolgstappen richting vervolgonderwijs en arbeidsmarkt. ‘LOB wordt al maar belangrijker, juist omdat de samenleving ingewikkelder wordt en de arbeidsmarkt steeds sneller verandert’, benadrukken de drie voorzitters. ‘Veel jongeren en hun ouders kunnen het niet meer alleen overzien. Daarom is het zo belangrijk dat we LOB met elkaar goed regelen in het onderwijs. Dat er goede faciliteiten zijn om met jongeren te praten over hun ervaringen, talenten en toekomstkeuzes. Zeker voor wie thuis niemand heeft om dit soort gesprekken mee te voeren.’

Voortdurende twijfel
Dan wordt het woord gegeven aan Louise Elffers, voorzitter van de Onderwijsraad. Ze opent haar keynote met een verhaal dat het sentiment van de studenten en bestuurders onderstreept. Elffers vertelt over Ans, een jonge vrouw die zich via vmbo, mbo en hbo een weg baande naar de universiteit. Ogenschijnlijk een succesverhaal, maar zelf kijkt Ans er met gemengde gevoelens op terug. Niet de inspanning staat haar bij, maar de voortdurende twijfel die zij onderweg ervoer. Bij elke overgang werden haar capaciteiten ter discussie gesteld. Met dit voorbeeld stelt Elffers een fundamentele vraag: waarom gedraagt het onderwijs zich bij overgangen zo vaak als poortwachter, in plaats van als aanmoediger?
Rites de passage
Die vraag vormt de rode draad van haar betoog. Overgangen zijn volgens Elffers geen neutrale momenten, maar richtinggevende scharnieren in schoolloopbanen. Ze functioneren als rites de passage: bepalend voor de volgende fase, met effecten die ver vooruit reiken. Toch ontbreekt in het onderwijs vaak een integrale, ketengerichte blik op deze momenten. Scholen begeleiden leerlingen en studenten tot aan de poort, ontvangende instellingen nemen het pas over wanneer iemand is ingeschreven. Daardoor zijn overgangen feitelijk van niemand. Juist daardoor worden het kwetsbare momenten en een brandpunt van ongelijkheid.
Aanjager van ongelijkheid
Overgangen vragen om kennis van het stelsel, netwerkvaardigheden en het vermogen om het gesprek aan te gaan over wensen en mogelijkheden. Deze ‘hulpbronnen’ zijn echter ongelijk verdeeld. Met name bij de overgang naar het voortgezet onderwijs wordt ongelijkheid vergroot, zowel door diepgaand onderscheid tussen routes als door ongelijke adviezen bij gelijke prestaties. Zo kan het onderwijs, ondanks zijn ambities, zelf een ongelijkmaker worden. Elffers waarschuwt daarbij voor het hardnekkige ‘potje-dekseltje-denken’: het idee dat er voor iedere leerling één juiste plek bestaat, gebaseerd op een vroeg vastgesteld niveau. En dat terwijl onderzoek laat zien dat leerlingen zich blijven ontwikkelen en dat de overlap tussen routes groot is.
Drie hartenkreten
Als slotakkoord formuleert Elffers drie hartenkreten. Ten eerste roept zij op het debat over de inrichting van het onderwijsstelsel zuiver te houden. Kritiek op vroege selectie is geen pleidooi voor éénheidsworst, voor stelselwijziging of het koste wat kost ‘omhoog duwen’ van leerlingen. Onderwijs moet juist ruimte bieden om te proberen, te ervaren en te veranderen, zonder dat mislukken direct grote consequenties heeft.
Haar tweede hartenkreet is om het stelsel in samenhang te benaderen. Veranderingen op één plek hebben gevolgen elders. Toelaatbaarheid zonder begaanbaarheid is geen echte route: wie verbindingen tussen sectoren aanbiedt, moet er ook voor zorgen dat leerlingen en studenten de kennis, vaardigheden en ondersteuning krijgen om die route daadwerkelijk te kunnen doorlopen.
Tot slot vraagt Elffers de aanwezigen het debat nadrukkelijk naar de praktijk te trekken. Laat angstbeelden over stelselwijzigingen los en richt het gesprek op wat wél mogelijk is, binnen én over de grenzen van het bestaande systeem. Veel scholen en opleidingen werken al aan doorlopende, versnelde en alternatieve routes en laten zien dat er ruimte is voor beweging. Hiervan kan het onderwijs leren. Want, zo besluit Elffers, alle leerlingen en studenten hebben recht op ruime leerkansen. ‘Overgangen zijn niet van iemand, maar van ons allemaal.’
Gezamenlijke belofte
Elffers’ keynote sluit mooi aan bij de LOB-Visie. Waar zij laat zien hoe overgangen in het onderwijs kunnen uitgroeien tot brandpunten van ongelijkheid, positioneert de LOB-Visie zich expliciet als tegenkracht: door jongeren beter toe te rusten, door sectoren nauwer te laten samenwerken en door overgangen niet langer als ‘niemandsland’ te behandelen. De ondertekening door de drie sectorvoorzitters markeert daarmee niet alleen een bestuurlijk moment, maar ook een gezamenlijke belofte om het poortwachterschap te verruilen voor wegbereiderschap.
Verdieping met inzichten en aanbevelingen
Om die belofte te realiseren is het delen van inzichten uit onderzoek, kennis en best practices een absolute voorwaarde. Hierin voorziet het Expertisepunt LOB, zoals duidelijk wordt tijdens verdiepende themasessies in het middagprogramma. In uiteenlopende sessies kwamen onder meer curriculumontwikkeling, kansengelijkheid, regionale samenwerking en inclusieve doorstroom aan bod. Onderzoek, beleid en praktijk werden daarbij nadrukkelijk met elkaar verbonden en vertaald naar concrete handvatten voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Uiteindelijk draait het om één gezamenlijke opdracht: jongeren zien, serieus nemen en begeleiden richting hun toekomst. Waarbij soms zelfs één zin, op het juiste moment, genoeg is om een hele toekomst open te breken.
Op de website van het Expertisepunt LOB kun je binnenkort de presentaties vinden van de themasessies inclusief filmpjes van het ochtend- en het middagprogramma.