Over precies een maand, op woensdag 13 mei, vindt het Deep Dive Congres plaats in Amersfoort, georganiseerd door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). In de aanloop naar dit evenement, waar lerend transformeren in het mbo centraal staat, sprak MBO-today met Anne Marie van Rooijen. Na jarenlang lesgeven verruilde ze het klaslokaal voor een rol als practor bij MBO Utrecht. Tijdens het Deep Dive congres verzorgt Anne Marie een workshop samen met lector Jeroen Rozendaal en collega Sanne Spilt. In dit interview vertelt ze over haar functie en geeft een inkijkje in de achtergrond van de workshop: haar Comeniusproject over autonome motivatie bij studenten.
‘Autonome motivatie is anders dan intrinsieke motivatie’, legt Anne Marie uit. ‘Bij intrinsieke motivatie moet je iets leuk vinden om gemotiveerd te zijn. Terwijl autonome motivatie betekent dat je iets zinvol vindt en daarom in beweging komt.’ Maar hoe zorg je er als docent voor dat studenten deze motivatie ervaren?
Van maatwerk naar autonomie voor de student
Om antwoord op die vraag te krijgen, dook Anne Marie dieper in dit onderwerp voor haar Comeniusproject. Ze is actief in het practoraat Persoonlijk Leren, een thema dat binnen MBO Utrecht centraal staat. Waar dit eerst nog werd gezien als maatwerk voor elke student, heeft het inmiddels een andere betekenis gekregen. ‘Naast autonome motivatie heb je ook gecontroleerde motivatie,’ licht Anne Marie toe. ‘Daarbij zijn docenten nodig om studenten, bijvoorbeeld via cijfers of regels, gemotiveerd te houden. Dat is hoe het eerst werkte. Maar het is juist belangrijk dat studenten zichzelf leren sturen en het leren als zinvol ervaren. Die autonome motivatie vormt voor ons de kern van Persoonlijk Leren.’
Van theorie naar praktijk
Tijdens haar onderzoek maakte Anne Marie gebruik van het Human Needs Model en de zelfdeterminatietheorie. Op basis van deze theorieën formuleerde ze vier elementen waarop autonome motivatie gebaseerd is: relatie, autonomie, competentie en structuur. ‘Die elementen moeten met elkaar in balans zijn. En daar gaat het in de praktijk vaak mis’, zegt ze. ‘Docenten richten zich vaak op één aspect en zien autonomie bijvoorbeeld als keuzevrijheid. Terwijl het juist om de samenhang van alle elementen gaat.’
Om docenten te ondersteunen met deze elementen heeft ze een gespreksmodel ontwikkeld. ‘Het model bestaat uit kaartjes met vragen die docenten helpen reflecteren op hun eigen handelen. Zo leren zij de vier elementen beter herkennen en toepassen in hun onderwijspraktijk.’ Dit instrument is daarmee geen vast stappenplan, maar een hulpmiddel waardoor docenten bewuster naar hun eigen onderwijs kijken.
Van kennisoverdracht naar ontwikkeling
Terwijl docenten eerst nog konden schuilen achter hun autoriteit en de gehoorzaamheid van studenten, is er de afgelopen tientallen jaren veel veranderd in het onderwijs. ‘Eerst was het onderwijs puur kennisoverdracht. Maar actuele kennis heeft een houdbaarheidsdatum. De vraag is dus: wat is duurzame kennis? Dat gaat over hoe je jezelf kunt blijven ontwikkelen en motiveren’, aldus Anne Marie.
Volgens haar vraagt dat om een andere rol van de docent. ‘Onderwijs gaat niet alleen over wat studenten weten, maar ook over hoe zij leren, keuzes maken en zichzelf blijven ontwikkelen.’ Tegelijkertijd ervaren docenten hoge werkdruk, waardoor er weinig ruimte is voor reflectie. ‘Juist die reflectie maakt je werk betekenisvoller. Het gespreksmodel kan helpen om daar toch ruimte voor te creëren.’
Van uitvoeren naar authenticiteit
Als we Anne Marie om één tip vragen die ze wil meegeven aan docenten, begint ze te glunderen. ‘Wat een leuke vraag. Ik coach veel startende docenten en er is een ding wat ik hen altijd probeer mee te geven: authenticiteit. Klinkt als een groot begrip, maar dat is wel de kern. Als docent moet je oprecht geloven in hoe je iets aanpakt, hoe je op iets reageert, of hoe je voor de klas staat. Je houding, en of je daarin gelooft, heeft veel invloed op wat je teweeg wil brengen.’
Daarnaast benadrukt Anne Marie hoe belangrijk het is om ook zelf die autonome motivatie te vinden. ‘Verwacht het niet alleen van je studenten, maar ook van jezelf. Practice what you preach.’
Van regels naar motivatie
Toch staan docenten soms voor een dilemma. Studenten die uitvallen drukken op rendementscijfers. Dit zorgt voor druk vanuit de organisatie. ‘Docenten worden soms afgerekend op uitval,’ zegt Anne Marie. ‘Maar het onderwijs draait in de kern om de ontwikkeling van de student.’
Ze plaatst daarom ook vraagtekens bij het systeem. ‘We verwachten van jongeren van 15 of 16 jaar dat ze al precies weten wat ze willen worden. Dat is niet realistisch. Het is juist waardevol als studenten onderweg ontdekken wat wel en wat niet bij hen past.’ Autonome motivatie speelt daarin een belangrijke rol. ‘Je vindt niet elk vak leuk, maar zet toch door omdat je het zinvol vindt.’
De zoektocht naar motivatie in het mbo is geen kwestie van een snelle oplossing, maar van een andere manier van kijken naar onderwijs. Het onderwijs hoeft niet altijd leuk te zijn, maar wel zinvol. Zoals Anne Marie het samenvat: ‘Als studenten ervaren waarom iets ertoe doet, komt de motivatie vanzelf in beweging.’ En dat geldt net zo goed voor docenten zelf.
Vind meer informatie over en schrijf je in voor het Deep Dive Congres. Er is een beperkt aantal plaatsen, vol = vol.