COLUMN | Hoe werk jij aan een positieve leeridentiteit van je studenten? Deze vraag roept een onlangs verschenen Noorse studie op over de relatie tussen de leeridentiteit van studenten en leren op school. Een vraag die extra relevant lijkt voor het mbo. Ook daar zitten studenten die door eerdere schoolervaringen een negatief beeld hebben ontwikkeld van zichzelf als lerende.
Een negatieve leeridentiteit kan ertoe leiden dat mbo-studenten zich minder inzetten in de klas en bij het leren voor school. Niet omdat ze het niet in zich hebben, maar omdat zij zichzelf minder zien als iemand die goed kan leren en zich minder verbonden voelen met school. Afstand nemen van leren en school kan dan een manier zijn om hun eigenwaarde te beschermen. Voor deze studenten is de onderwaardering van het mbo iets wat ze kennen en ervaren: ook zijzelf en hun kennis worden laag gewaardeerd binnen de kennishiërarchie van ons onderwijssysteem. Studenten op niveau 1 en 2 kunnen hier extra mee te maken krijgen.
Die negatieve leeridentiteit ontstaat overigens niet pas in het mbo. Studenten komen het mbo binnen met een voorgeschiedenis. Ze hebben dan al vele jaren onderwijs achter de rug. Jaren waarin ze taal, rekenen en andere vakken hebben gehad. En dus ook een tijd waarin ze een beeld hebben gevormd van zichzelf: ben ik iemand die kan leren? Die leeridentiteit krijgt vorm door wat studenten mee hebben gemaakt en hoe anderen op hen reageren. Denk aan hun schoolprestaties en aan interacties met docenten, leeftijdsgenoten en ouders.
Het voordeel van denken vanuit dit identiteitskader is dat je een negatieve leeridentiteit niet als een vaststaand kenmerk van een student beschouwt. Nieuwe ervaringen en interacties kunnen het beeld dat studenten van zichzelf als lerende hebben, veranderen. Dat vraagt tijd en aandacht, zeker bij studenten die door eerdere onderwijservaringen gekwetst zijn geraakt in hun vertrouwen in zichzelf als lerende. In de literatuur worden zij ook wel wounded learners genoemd.
Als docent in het mbo kun je die ervaringen erkennen en studenten nieuwe ervaringen bieden waarin zij merken dat ze kunnen leren en dat hun kennis ertoe doet. Zo kun je bijdragen aan een positievere leeridentiteit en hen helpen om meer plezier te krijgen in leren en school.
Dat vraagt niet om een grootse interventie of een speciale methodiek, maar begint bij je dagelijkse pedagogische handelen: een vraag serieus nemen, vooruitgang benoemen of laten zien hoe de ervaring van een student bijdraagt aan de les. Het is mooi om daarbij ook stil te staan bij wat studenten bij jou leren over zichzelf, naast de inhoud van je les. Gaat ze de klas uit met de bevestiging ‘leren is niets voor mij’, of met de ervaring ‘ik kan wel leren’? Ook daarin geef je les op het mbo.
Dit artikel is geschreven door Fadie Hanna, associate lector pedagogisch handelen in het mbo aan de Hogeschool van Amsterdam en toezichthouder in het mbo. Reageren? Stuur dan je mail naar f.hanna@hva.nl.