Werkgevers gaan er vaak vanuit dat mbo-afgestudeerden zich ook in het Engels kunnen redden. Toch wordt die vaardigheid niet altijd expliciet gevraagd of formeel getoetst. Juist tijdens stages ontdekken veel studenten hoe belangrijk Engels in de praktijk is.
‘Can you help me with this invoice?’ Of: ‘Could you explain how this process works?’ Het lijken eenvoudige vragen, maar voor veel mbo-studenten komen ze onverwacht. Studenten die tijdens hun opleiding vooral administratieve, technische of dienstverlenende taken verwachten, merken tijdens hun stage regelmatig dat zij ook in het Engels moeten communiceren. En dat gebeurt vaker dan veel studenten vooraf verwachten.
Volgens Marinke de Jong, voorzitter van de Expertgroep Engels binnen het Alfa-college en voormalig begeleider van binnen- en buitenlandse stages voor de opleiding Assistent Manager Internationale Handel, speelt functioneel Engels inmiddels een veel grotere rol dan vroeger.
‘Vanuit verschillende stakeholders, studenten, opleidingen én het werkveld zien we dat functioneel Engels in steeds meer beroepscontexten een belangrijke vaardigheid wordt.’
Waar Engels vroeger vooral werd geassocieerd met internationale handel of toerisme, komt de taal tegenwoordig terug in uiteenlopende sectoren. Studenten krijgen te maken met Engelstalige collega’s, klanten, handleidingen of digitale systemen. Ook in de techniek, dienstverlening, woningbouw en zorg wordt steeds vaker verwacht dat medewerkers zich in het Engels kunnen redden.
Wanneer de praktijk ineens Engels spreekt
Binnen het mbo wordt Engels steeds vaker gekoppeld aan de beroepspraktijk. Studenten oefenen met klantgesprekken, e-mails, presentaties en situaties die aansluiten bij hun toekomstige beroep. Toch blijkt de werkelijkheid vaak verrassender dan het leslokaal.
‘Een voorbeeld zijn studenten Bedrijfsadministratie die een voornamelijk administratieve of backofficefunctie verwachten, maar tijdens hun stage ineens een Engelstalige klant te woord moeten staan over bijvoorbeeld een factuur of betaling.’
Dat soort situaties maakt duidelijk waarom Engels meer is dan een vak. Het gaat niet alleen om grammatica of woordjes leren, maar vooral om kunnen handelen wanneer de situatie daarom vraagt.
Daarom probeert onder andere het Alfa-college het onderwijs zo praktijkgericht mogelijk vorm te geven.
‘In al onze lessen geven we Engels zoveel mogelijk een beroepsgerichte context, met authentieke situaties, relevante vaktaal en functioneel Engels passend bij de opleiding.’
Durven spreken belangrijker dan perfect spreken
Opvallend genoeg ligt de grootste uitdaging volgens Marinke niet bij de taal zelf. Veel studenten beschikken over voldoende basiskennis, maar vinden het lastig om die kennis daadwerkelijk te gebruiken zodra ze in een echte werksituatie terechtkomen.
‘In de praktijk zien we dat de grootste uitdaging vaak ligt in studenten voldoende zelfvertrouwen geven om daadwerkelijk Engels te dúrven spreken.’
Studenten zijn vaak bang om fouten te maken, terwijl werkgevers daar veel minder mee bezig zijn. Zij willen vooral dat een medewerker vragen durft te stellen, initiatief toont en zich begrijpelijk kan uitdrukken. Om dat vertrouwen te vergroten, wordt veel gewerkt met rollenspellen, presentaties, vlogs en praktijkopdrachten.
‘Door veel te oefenen en te ervaren dat je ook met imperfect Engels prima kunt communiceren, zien we dat studenten steeds gemakkelijker en met meer vertrouwen gaan spreken.’
Wat verwachten werkgevers eigenlijk?
De verwachtingen vanuit het werkveld blijven zich ontwikkelen. In internationaal georiënteerde sectoren zoals handel, logistiek en e-commerce is Engels vaak een vanzelfsprekend onderdeel van het werk. Maar ook daarbuiten groeit de behoefte aan medewerkers die kunnen schakelen tussen verschillende talen en culturen.
Volgens Marinke laat feedback van stagebedrijven zien dat veel studenten zich verrassend goed redden.
‘Studenten krijgen bijvoorbeeld complimenten over hoe gemakkelijk zij communiceren met Engelstalige klanten.’
Tegelijkertijd wordt Engels steeds minder gezien als een extra vaardigheid en steeds meer als onderdeel van professionele inzetbaarheid.
‘De verwachting verschuift daarmee: Engels is niet alleen meer een specifieke beroepsvaardigheid in internationaal georiënteerde sectoren, maar wordt in steeds meer beroepen een praktische vaardigheid die nodig is om het dagelijkse werk goed te kunnen uitvoeren.’
Hoe weet je of een student klaar voor is?
Als Engels zo’n belangrijke rol speelt op de werkvloer, rijst vanzelf de vraag hoe scholen kunnen vaststellen of studenten voldoende voorbereid zijn.
Naast de reguliere examinering kijken steeds meer opleidingen naar aanvullende manieren om taalvaardigheid zichtbaar te maken. Internationale assessments kunnen hierbij een waardevolle rol spelen. Ze geven inzicht in hoe goed een student Engels daadwerkelijk kan gebruiken in studie-, stage- en werksituaties.
Binnen het Alfa-college kunnen studenten zich bijvoorbeeld verder ontwikkelen via het Cambridge Excellence Programme.
‘Studenten worden extra gestimuleerd om het Cambridgeprogramma te volgen als verdieping en voorbereiding op een internationale stage, de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding.’
Cambridge Assessment English biedt daarbij internationaal erkende certificeringen die zijn gekoppeld aan het Europees Referentiekader voor Talen (ERK). Voor studenten betekent dit een objectieve bevestiging van hun taalniveau, waarbij werkgevers zelfverzekerd en erkend kunnen inschatten welke taalvaardigheden een kandidaat daadwerkelijk bezit.
Niet alleen ondersteunen, maar ook uitdagen
Voor de toekomst ziet Marinke vooral kansen in maatwerk.
‘De grootste kans zie ik in het nog beter aansluiten bij het individuele startniveau: niet alleen ondersteunen waar dat nodig is, maar ook uitdagen waar dat mogelijk is.’
Dat maatwerk geldt ook voor toetsing. Met Cambridge Assessment English kunnen studenten examen doen op verschillende niveaus, van A2 tot en met C2. Daarnaast biedt multilevel-toetsing studenten de mogelijkheid om een internationaal erkend certificaat te behalen op het niveau dat zij daadwerkelijk laten zien, zonder vooraf op één niveau te worden vastgezet. Hierdoor sluit de toetsing beter aan bij de diversiteit binnen het mbo.
Want of studenten uiteindelijk aan de slag gaan in de handel, techniek, dienstverlening of zorg: de kans dat Engels deel uitmaakt van hun werkdag wordt steeds groter.
Misschien niet altijd zichtbaar in het curriculum, maar wel degelijk aanwezig op de werkvloer. En juist daarom is Engels op stage misschien wel de stille verwachting van werkgevers geworden.
Over de auteur
Dit artikel is geschreven door Marit Ackermans, Pedagogisch Consultant bij Cambridge University Press & Assessment. In haar dagelijkse werk ondersteunt zij docenten, scholen en andere onderwijsprofessionals bij vraagstukken rondom Engels taalonderwijs, taalontwikkeling, examinering en professionele ontwikkeling. Daarnaast adviseert zij over internationale certificeringen en oplossingen die leerlingen en studenten voorbereiden op vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.
Geïnteresseerd geraakt naar aanleiding van dit artikel of wilt u van gedachten wisselen over Engels binnen het onderwijs? Neem gerust contact op.
Marit Ackermans
Pedagogisch Consultant | Cambridge University Press & Assessment
E-mail: marit.ackermans@cambridge.org
Telefoon: +31 6 27 38 40 17