Vier op de tien jongvolwassenen vinden het moeilijk om toe te geven dat ze iets niet kunnen betalen. Ook in het mbo is financiële kwetsbaarheid duidelijk zichtbaar: één op de vijf studenten zegt moeilijk rond te kunnen komen, terwijl bijna een derde niet weet op welke financiële regelingen die recht heeft. De cijfers onderstrepen het belang van vroegtijdige, laagdrempelige gesprekken over geld op school.
Ruim vier op de tien jongvolwassenen van 18 tot en met 30 jaar vinden het lastig om te zeggen dat ze bepaalde dingen niet kunnen betalen. Bijna een kwart doet zich tegenover anderen weleens financieel beter voor dan het werkelijk gaat. Dat blijkt uit panelonderzoek van Humanitas onder 1.122 jongvolwassenen.
Ook thuis blijven geldzorgen geregeld onbesproken. Bijna drie op de tien ondervraagden houden hun financiële problemen liever voor zichzelf dan ze met hun ouders of verzorgers te delen. Een kwart had vóór de achttiende verjaardag graag een persoonlijk gesprek gehad over financiële verantwoordelijkheden en omgaan met geld.
Druk om mee te doen
Sociale druk speelt daarbij een belangrijke rol. Uit eten gaan, deelnemen aan activiteiten of nieuwe spullen kopen kost geld. Jongeren die daarvoor onvoldoende budget hebben, vinden het niet altijd gemakkelijk om dat tegen vrienden te zeggen. Social media en mogelijkheden om achteraf te betalen kunnen de druk om te consumeren verder vergroten. Bijna één op de vijf ondervraagden zegt door achteraf betalen eerder iets te kopen wat die anders niet zou aanschaffen. ‘”Dat kan ik niet betalen” zou heel gewoon moeten zijn, geen reden om je voor te schamen’, zegt Humanitas-directeur Jerzy Soetekouw. Volgens hem moeten geldzorgen bespreekbaar worden voordat ze uitgroeien tot schulden.
Mbo-studenten financieel kwetsbaar
Humanitas splitst de onderzoeksresultaten niet uit naar onderwijssector. De JOB-monitor 2026 laat echter zien dat de gesignaleerde problemen ook in het mbo spelen. Van de bijna 193.000 ondervraagde mbo-studenten zegt 20 procent moeilijk rond te kunnen komen van het maandelijkse inkomen. Ruim één op de vijf heeft behoefte aan meer voorlichting over geldzaken op school.Bovendien weet 30 procent van de studenten niet op welke financiële voorzieningen die recht heeft. Voor 45 procent vielen de schoolkosten hoger uit dan vooraf verwacht. Dat aandeel is groter dan bij de vorige JOB-monitor in 2024.
Het Nibud Studentenonderzoek 2024 liet eerder een vergelijkbaar beeld zien. Hoewel veel mbo-studenten financieel goed kunnen rondkomen, bevindt een deel zich in een kwetsbare positie. Ongeveer een kwart had te maken met betalingsachterstanden of roodstand. Vooral bol-studenten, uitwonende studenten en studenten op niveau 1 en 2 bleken kwetsbaar. Ook hebben mbo-studenten relatief veel moeite om de regels rond studiefinanciering te doorgronden.
Een praktisch probleem achter de voordeur
Een nieuw whitepaper van JINC over wat jongeren nodig hebben om hun weg te vinden in onderwijs en werk sluit daarop aan. Jongeren krijgen bij de overstap naar het mbo en de volwassenheid in korte tijd meer verantwoordelijkheden. Ze moeten bijvoorbeeld een DigiD aanvragen, studiefinanciering en toeslagen regelen, officiële berichten begrijpen en vervoer naar school of stage organiseren.
JINC noemt dit ‘systeemvaardigheden’. Niet iedere jongere krijgt die vaardigheden van huis uit mee. Als het regelwerk niet lukt, kan dat op school ten onrechte worden gezien als een gebrek aan motivatie. Financiële druk en zorgen thuis kunnen er bovendien voor zorgen dat school tijdelijk niet de hoogste prioriteit heeft. Zoals een mbo-student het in het whitepaper verwoordt: “Je moet al die ballen hooghouden.”
Voor docenten en begeleiders betekent dit dat het loont om verder te kijken dan zichtbaar gedrag. Achter verzuim, gemiste afspraken of niet ingeleverde opdrachten kan een praktisch of financieel probleem schuilgaan.
Een persoonlijk gesprek op school
Met het programma Money Talks probeert Humanitas financiële problemen vroeg te signaleren. Een getrainde vrijwilliger voert op school een persoonlijk gesprek met jongeren rond hun achttiende verjaardag. Aan de hand van de checklist ‘Ik word 18’ komen onderwerpen als de zorgverzekering, zorgtoeslag, studiefinanciering en contracten aan bod. Money Talks is nadrukkelijk geen schuldhulpverlening en is bedoeld voor alle jongeren, niet alleen voor wie al problemen heeft. Waar mogelijk worden ontbrekende zaken direct geregeld. Als meer ondersteuning nodig is, kan een vervolggesprek, begeleiding door Humanitas of een warme overdracht naar professionele hulp volgen. Het programma loopt momenteel op negen scholen in vijf gemeenten.
Financiële educatie binnen het mbo
Ook binnen het mbo groeit de aandacht voor financiële educatie. Uit een evaluatie van de landelijke subsidieregeling blijkt dat mbo-instellingen vaker structureel aandacht besteden aan financiële vaardigheden. Tijdgebrek en werkdruk bemoeilijken echter nog regelmatig de scholing van docenten. Daarnaast hebben de MBO Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2026 afspraken gemaakt over betere samenwerking rond de ondersteuning van studenten. Preventie, vroegsignalering en hulp zo dicht mogelijk bij de student staan daarin centraal. Waar mogelijk moet ondersteuning op school beschikbaar zijn.
De onderzoeken wijzen daarmee in dezelfde richting: algemene lessen over geld zijn nuttig, maar niet altijd voldoende. Jongeren hebben ook behoefte aan een vertrouwd persoon bij wie ze zonder schaamte kunnen zeggen: ‘Ik kom er niet uit’ of simpelweg: ‘Dat kan ik niet betalen.