Inspiratie van de EU

COLUMN | Een lekker glaasje port. Een heerlijk klimaat. Verse vis zo uit de zee op je bord. Betaalbare huizen met een riant stukje grond. Portugal heeft veel te bieden.

Ook in het onderwijs zijn de omstandigheden riant. Neem bijvoorbeeld het mbo in het kleine plaatsje Ponte de Lima, waar men opleidingen voor de horeca en de landbouw verzorgt. In totaal heeft de school 174 studenten, 40 docenten, 14 onderwijsassistenten en 54 ondersteunende medewerkers.

Dat is één medewerker op 1,6 student; en één docent op 4,4 student. Wat een fantastisch onderwijs kun je dan maken als docententeam. Ik zou iedere leerling en student zo veel aandacht gunnen in zijn onderwijsloopbaan. En de werkdruk voor het personeel moet ook te doen zijn.  Zou er in Nederland een mbo zijn met deze verhoudingen? Ik denk het niet. (Ik heb overigens meteen gesolliciteerd, maar mijn Portugees was niet goed genoeg).

Je vraagt je af hoe dat kan. Het antwoord is simpel. De school wordt voor 85% gefinancierd door de Europese Unie. Pas toen de zilvervloot uit Brussel kwam, is de school opgericht. En ja, je kunt vraagtekens zetten bij de doelmatigheid van deze subsidie. In mijn beleving is dit de prijs van solidariteit. Minder welvarende en dunbevolkte regio’s verdienen het om geholpen te worden.

Portugese toestanden in Nederland?

Gelukkig wel. Ook in Nederland zijn er krimpgebieden én de studenten die daar wonen hebben ook recht op goed mbo-onderwijs. Neem bijvoorbeeld een perifeer dorp als Cadzand waar zo’n 700 mensen wonen. Als je daar woont, moet je een kwartiertje fietsen om je vo-school te bereiken. Idealiter zou je toch ook mbo-locatie op die afstand willen hebben. Vooral ook omdat je nog minderjarig bent als je naar het mbo gaat.

Inmiddels wordt de EU-werkwijze ook door de Nederlandse overheid voorgesteld. Met het wetsvoorstel toekomstbestendige financiering mbo krijgen mbo-instellingen in gebieden met studentenkrimp meer geld. Dat geld wordt voornamelijk door de mbo-instellingen opgebracht die niet in krimpregio’s zitten. Zo kunnen de krimpregio’s beroepsonderwijs verzorgen aan kleine groepen studenten. Voor docenten en ondersteunend personeel lijkt me dit een fijne werkomgeving (ik doe gelijk een open sollicitatie, mijn beheersing van het Nederlands zal toch geen afwijzingsgrond zijn). Voor studenten betekent het meer individuele aandacht. Op deze manier wordt onrendabel onderwijs mogelijk. Niet het geld centraal, maar de onderwijsopgave!

Hoewel deze nieuwe financiering pas in 2030 ingaat, werpt het al zijn schaduw vooruit. Als geld niet meer een beperkende factor is, kan een mbo-instelling uit een krimpgebied ook niet-rendabele opleidingen gaan verzorgen in niet-krimpregio’s. Voor de instelling die het onderwijs daar eerder verzorgde was het deze opleiding niet meer rendabel en daarom met pijn in het hart gestopt. Als de als de nieuwe wet ingaat betaalt diezelfde instelling daar toch weer aan mee. Mooi opgelost toch zo?

Kritisch op de EU-aanpak?

Minister van Financiën Eelco Heinen wil dat Nederland minder geld betaalt aan de EU. En het moet geen probleem zijn om daar een kamermeerderheid voor te krijgen. Dat zou – helaas – het einde betekenen voor de mooie school in Ponte de Lima.

En hoewel Europese subsidies niet altijd doelmatig zijn en er soms zelfs mee wordt gefraudeerd, zijn dat geen valide argumenten om tegen solidariteit en onderlinge hulp te zijn. Mogelijk is de uitvoering niet goed, werk daar dan aan in plaats van tegen het principe te zijn. Getuige ook mijn voorbeeld in Nederland. Niet-krimp instellingen betalen met liefde mee aan een relevant onderwijsaanbod in de krimpregio’s. Samen moeten we wel kritisch blijven op de uitwerking op regio-niveau, en dat bespreekbaar maken.

Tijd voor een tweede glaasje port.

Rob Neutelings schreef deze column op persoonlijke titel en de inhoud van de column is niet gelijk aan het standpunt van zijn werkgever of van verenigingen waar zijn werkgever lid van is.