OPINIE | Elke student verdient bewuste en gerichte aandacht van zijn of haar docent. Dat vindt iedereen. Toch ervaart minder dan de helft van de mbo-studenten deze aandacht, zo blijkt uit de Job-monitor 2016–2024. Het gaat daarbij niet alleen om didactische ondersteuning, maar om het fundamentele gevoel gezien en serieus genomen te worden, als student en als mens.
Wanneer dat uitblijft, raakt dit direct aan studiemotivatie. Uitval is daarvan de meest extreme uitkomst, maar niet de eerste. Veel eerder verdwijnt het idee dat onderwijs iets van hén is. Dat leren betekenis heeft. Want waarom zou onderwijs ertoe doen, als het gevoel overheerst dat jouw aanwezigheid er nauwelijks toe doet?
Dit tekort aan bewuste en gerichte aandacht staat niet los van hoe in het beroepsonderwijs wordt gedacht over verantwoordelijkheid en motivatie. In het mbo leeft hardnekkig het idee dat studenten hun eigen leerproces moeten dragen en dat motivatie vooral iets is wat van binnenuit moet komen. Het onderwijs biedt het pad; de student moet het zelf bewandelen. Deze individualistische overtuiging, historisch verwant aan een calvinistische levenshouding, botst echter met de sociale en biologische werkelijkheid van motivatie.
Mensen raken gemotiveerd in relatie tot anderen. Zich gezien voelen is een fundamentele menselijke behoefte en wordt door Edward Deci en Richard Ryan, grondleggers van de zelfdeterminatietheorie, beschreven als een kernvoorwaarde voor motivatie. Ons brein is in de kern sociaal. Zoals sociaal neurowetenschapper Matthew Lieberman laat zien, is ons brein primair ingericht op verbinding met anderen. Relaties vormen geen bijzaak, maar een evolutionaire hoofdstrategie om te overleven.
Bewuste en gerichte aandacht van docenten is daarmee geen zachte randvoorwaarde, maar raakt aan de kern van wat leren mogelijk maakt. Wie motivatie vooral benadert als een individuele verantwoordelijkheid, verliest uit het oog dat motivatie ontstaat in ontmoeting, in erkenning en in het ervaren van betekenisvolle verbondenheid. Juist daar ligt een fundamentele pedagogische opdracht voor mbo-docenten.
Juist in het mbo krijgt deze pedagogische opdracht extra gewicht. Veel mbo-studenten bewegen zich binnen een onderwijscontext waarin keuzevrijheid beperkt is, maatschappelijke waardering onder druk staat en succes minder vanzelfsprekend wordt verondersteld. Het mbo vormt voor velen geen expliciete droom, maar een route waar ze terecht zijn gekomen. Dat werkt door in hoe studenten zichzelf zien als lerende en in de mate waarin zij zich eigenaar voelen van hun studie.
In zo’n context is motivatie kwetsbaar. Niet omdat studenten onvoldoende intrinsiek gemotiveerd zijn, maar omdat motivatie voortdurend wordt gevormd door ervaringen van erkenning, vertrouwen en erbij horen. Wanneer aandacht van de docent ontbreekt, wordt dat in het mbo sneller ervaren als bevestiging van een al bestaande twijfel over eigen kunnen en positie. Aandacht fungeert hier daarom niet als extraatje, maar als een manier om structurele ongelijkheid in verwachtingen en waardering te doorbreken.
Dit artikel is geschreven door Fadie Hanna, associate lector pedagogisch handelen in het mbo aan de Hogeschool van Amsterdam en toezichthouder in het mbo. Reageren? Stuur dan je mail naar f.hanna@hva.nl.