COLUMN | Ik doe promotieonderzoek naar de individuele relatie tussen student en docent. In theorie weet ik precies hoe zo’n relatie begrepen kan worden: met modellen, concepten en een stevig theoretisch kader. Door mijn onderzoek begin ik ook steeds beter zicht te krijgen op hoe mbo‑studenten en hun docenten die relatie zelf ervaren.
Honderden vragenlijsten heb ik afgenomen. Ik heb analyses uitgevoerd, stapels literatuur gelezen en bevindingen uit andere onderzoeken naast elkaar gelegd. Maar onlangs gebeurde er iets wat geen artikel of dataset me ooit zo helder had kunnen uitleggen: ik maakte het zelf (onbewust) mee. En ineens voelde ik precies waar mijn onderzoek over gaat.
Ik kwam namelijk in een nieuwe situatie terecht. Een organisatie waar ik moest leren samenwerken, zonder precies te weten hoe de verhoudingen lagen. Dat vond ik spannend. Er was één persoon die vanaf het begin liet merken dat ik altijd even contact kon opnemen. En dat deed ik.
De ene keer met vragen die voor mijn gevoel misschien klein of ‘stom’ waren. Een andere keer met ‘goede’ vragen, die ik alsnog niet zomaar durfde te stellen. Wat mijn vraag ook was; deze persoon reageerde rustig, kalm, en zei: ‘Er bestaan geen domme vragen. Hoogstens vragen waarop ik het antwoord niet meteen weet.’
En precies daar, in dat moment, in die veilige setting, realiseerde ik mij: dit is het proces waar mijn onderzoek over gaat. Niet in theorie, maar in ervaring.
Voor mij werd weer in één klap zichtbaar hoe essentieel die kleine, menselijke momenten zijn. Niet de grote gebaren, niet de perfecte didactiek, maar de subtiele signalen die zeggen: Je mag hier zijn. Je mag leren. Je mag vragen stellen.
Mbo‑studenten noemen dat vaak ‘laagdrempeligheid’, ‘een klik’, of ‘een docent die je ziet’. Docenten herkennen het als ‘ruimte geven’, ‘beschikbaar zijn’ of ‘even meedenken’. Maar hoe het werkt? Dat zit in interacties die zich niet makkelijk in statistieken laten vangen.
Mijn onderzoek probeert die interacties te begrijpen. Maar deze ervaring leert mij dat begrijpen soms pas begint wanneer je zelf voelt hoe bepalend de veilige aanwezigheid van een ander kan zijn.
Het maakt mijn onderzoek rijker, het maakt mij nederiger. Omdat ik opnieuw voelde hoe het is om niet alles te weten, om afhankelijk te zijn van de ruimte die een ander je biedt. En hoe je juist in die kleine, onbewuste momenten veel kan leren. Het herinnert mij eraan dat groei niet alleen in theorieën en analyses zit, maar in ervaringen die je overvallen.
Elke docent in het mbo kan deze ervaring bieden aan een student. Soms met een geruststelling, een houding of een klein signaal dat precies op het juiste moment komt. Soms zonder het te weten.
Deze column is geschreven door Manon Toonen, docent-onderzoeker ROC van Twente