‘Hoi lieverd. Hoe was het vandaag op je BPV?’

COLUMN | Ik ben (net als heel veel andere mbo-docenten) al een tijdje bezig met het bedenken en doorvoeren van vernieuwingen op de werkvloer. We zitten met ons team volop in de wereld van integratie, modularisatie, personalisatie en flexibilisering. Interessant en ingewikkeld. Wat niet helpt, is dat er in dit traject twee werelden samenkomen; de wereld van het onderwijs én de wereld van het management. Twee werelden die een totaal andere taal spreken, maar wel met één grote overeenkomst: afko’s.

Ik ben opgeleid tot journalist en later ook tot Nederlands docent. In de journalistiek geldt de regel dat afkortingen ten koste gaan van begrijpelijkheid. Als aspirant taaldocent kreeg ik te horen dat afkortingen alleen gebruikt worden door ‘luie schrijvers’. Afkortingen gebruiken wordt dus afgeraden. En mijn hele wezen is het daarmee eens. Door afkortingen te gebruiken schep je enorme afstand, je maakt je er gemakkelijk vanaf en je loopt een risico dat je toehoorders (of lezers) je niet begrijpen. Maar wat gebeurt er in het onderwijs? Precies…

Het begint al bij aanmelding. Mbo bij een ROC kan je volgen via een BOL of BBL- traject. Eenmaal aangemeld als student, gaat school helemaal los. Dan hebben we het over een crebo, KZD of KD (als je wilt weten wat het betekent staat het gelukkig allemaal uitgelegd in het LMS). Ik betrap me erop dat ik me heel vaak aan het verontschuldigen en verduidelijken ben naar mijn studenten: ‘Ik ben jouw lbc’er. Ja… dat is gewoon een mentor hoor’. Of: ‘Heb jij je bpv-uren al ingevuld? Je stage-uren dus?’ Luie schrijvers roven de uitlegtijd weg van de mensen die hun woorden begrijpelijk moeten uitspreken; docenten. De afkortingen gaan ten koste van onze BOT-uren.

En dan nu de wereld van managementtaal. Twee weken geleden zat ik in een zaal waar een presentatie over modularisering werd gegeven. Daar ging het over HUBO, een POC en een PGO. De POC was onderdeel van het PGO en die moest weer HUBO uitgevoerd worden, zodat met de KPI’s gemeten kan worden of het heeft gewerkt. Snap je? En ik deed precies dat, wat iedereen altijd doet. Twee keer vroeg ik om uitleg, maar daarna dacht ik: laat ik maar niks meer vragen. Ze zullen me wel superdom vinden.

Mijn oproep: Leg jij een afkorting in dezelfde zin uit met een ander woord? Gebruik voortaan alleen het uitlegwoord. Het woord mentor heeft veel meer waarde dan een loze afkorting die om uitleg vraagt. Net zoals een ouder zijn kind nooit zal vragen hoe het gaat op BPV. Het woord stage is duidelijk, stoer en veelzeggend. Kan je nou echt, echt, écht niet om een afkorting heen? Leg hem dan één keer goed uit en gebruik daarna alleen het uitlegwoord. De taal die jij gebruikt zegt veel over jou en zorgt ervoor dat je toehoorders of lezers willen horen wat je te zeggen hebt (of juist afhaken).

En ben jij manager en wil je heel graag alle afkortingen blijven gebruiken? Kijk goed rond of je mensen aan tafel hebt zitten die eerst lichte paniek in de ogen hebben, en daarna een lege gelatenheid. Het feit dat ze niet (meer) vragen wat je bedoelt, betekent niet dat ze je begrijpen.

This website stores cookies on your computer. These cookies are used to provide a more personalized experience and to track your whereabouts around our website in compliance with the European General Data Protection Regulation. If you decide to to opt-out of any future tracking, a cookie will be setup in your browser to remember this choice for one year.

Accept or Deny