Mbo’ers verdienen minder dan hbo’ers, maar loonkloof blijft relatief beperkt

Hoewel hbo- en wo-opgeleiden gemiddeld meer verdienen dan mbo-opgeleiden, zijn de verschillen in Nederland minder extreem dan het publieke debat soms doet vermoeden. Bovendien hangt inkomen sterk samen met sector, werkervaring, leeftijd en arbeidsmarktkrapte.

Recente Nederlandse cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek laten zien dat opleidingsniveau samenhangt met inkomen, al is het beeld genuanceerder dan vaak wordt gedacht. Volgens de Monitor Brede Welvaart van het CBS ligt het mediane inkomen van middelbaar opgeleiden — waaronder mbo’ers vallen — op ongeveer 30.700 euro per jaar. Voor hoogopgeleiden (hbo en wo) is het mediane inkomen circa 40.200 euro.

Andere salarisoverzichten laten grotere verschillen zien. Zo noemt de FNV een gemiddeld jaarloon van bijna 37.000 euro voor mbo niveau 2, 3 en 4 tegenover ruim 59.000 euro voor hbo- en wo-opgeleiden. De exacte hoogte van de kloof verschilt dus per onderzoek en meetmethode, maar de algemene lijn is duidelijk: een hoger opleidingsniveau leidt gemiddeld nog steeds tot een hoger inkomen.

Toch is het verhaal genuanceerder

Daarmee verdienen hbo- en wo-opgeleiden gemiddeld nog altijd meer dan mbo-opgeleiden, maar de verschillen zijn relatief beperkt. Bovendien zeggen gemiddelden niet alles. Inkomen hangt ook sterk samen met sector, werkervaring, leeftijd en het aantal gewerkte uren. In sectoren waar grote tekorten zijn — zoals techniek, bouw, installatie, zorg en ICT — stijgen de salarissen op mbo-niveau momenteel juist snel.

Uit cijfers van Nationale Vacaturebank blijkt zelfs dat salarissen in mbo-vacatures de afgelopen jaren bijna twee keer zo hard stegen als salarissen in hbo-vacatures. Werkgevers concurreren hevig om praktisch geschoold personeel, waardoor mbo’ers op veel plekken sneller in salaris groeien. Dat sluit aan bij een ontwikkeling die in het mbo al langer zichtbaar is: praktische vaardigheden, vakmanschap en inzetbaarheid worden belangrijker. Werkgevers kijken bovendien steeds vaker naar skills in plaats van alleen naar diploma’s.

Niet alleen diploma bepaalt inkomen

Deskundigen benadrukken wel dat gemiddelden een vertekend beeld kunnen geven. Sommige mbo-beroepen (bijvoorbeeld in techniek of gespecialiseerde installatieberoepen) leveren inmiddels startsalarissen op die concurreren met hbo-functies. Ook ondernemerschap speelt mee. Veel mbo’ers starten als zelfstandig ondernemer of groeien via werkervaring door naar specialistische functies met hogere inkomens. Dat maakt het beeld minder zwart-wit dan de traditionele redenering ‘hoe hoger het diploma, hoe hoger het salaris’ suggereert.

Wat betekent dit voor het mbo?

De discussie over salaris raakt een bredere vraag die ook binnen het mbo speelt: hoe waarderen we praktisch vakmanschap? Hoewel het gemiddelde inkomen van mbo’ers nog altijd lager ligt dan dat van hbo’ers en wo’ers, neemt de maatschappelijke én economische waarde van mbo-beroepen zichtbaar toe. De krapte op de arbeidsmarkt maakt duidelijk hoe afhankelijk Nederland is van goed opgeleide vakmensen. Daarmee verschuift ook langzaam het beeld van succes. Niet alleen het hoogst mogelijke diploma telt, maar steeds vaker ook de vraag: waar liggen kansen, betekenisvol werk en toekomstperspectief?