Hoe lang houden we vast aan diploma-eisen voor leidinggevenden?

Leiderschapsfuncties zoals teamleider, management en directie zijn in de praktijk nog altijd vooral toegankelijk voor mensen met een wo-diploma en, in mindere mate, een hbo-opleiding. Voor professionals met een mbo-achtergrond blijven deze posities vaak buiten bereik. Een blik op vacatures bij overheden en grote organisaties maakt dat direct zichtbaar.

Dat lijkt op het eerste gezicht een logische minimale eis, maar bij nader inzien is dat minder vanzelfsprekend. Zeker omdat al lang bekend is dat een hoger diploma vooral vertrouwen wekt in iemands analytische en strategische vermogen, maar weinig zegt over hoe goed iemand met mensen omgaat of een team aanstuurt. Ook weten we dat opleidingsniveau slechts een beperkte rol speelt in de kwaliteit van leiderschap: het verklaart hooguit een klein deel van de verschillen tussen leiders, ongeveer 4 procent.

Daarbij laat onderzoek van bijvoorbeeld Daniel Goleman naar emotionele intelligentie en Amy Edmondson over psychologische veiligheid zien dat goed leiderschap in de kern relationeel is. Het draait om verbinding, vertrouwen en het creëren van een veilige werkomgeving, in plaats van om slim analyseren en strategisch handelen. Ook mijn eigen onderzoek naar nabijheid in professionele relaties wijst in die richting.

Als wat leiders effectief maakt vooral relationeel is en het criterium waarop we selecteren daar nauwelijks iets over zegt, selecteren we dus op de verkeerde gronden. Daarmee sluiten we onnodig een grote groep professionals uit die deze kwaliteiten net zo goed kunnen hebben, maar niet het ‘juiste’ diploma bezitten.

Zo houden we een systeem in stand waarin opleidingsroutes bepalen wie mag leiden en wie mag meebepalen. Dat staat haaks op de richting waarin we ons naartoe willen ontwikkelen als maatschappij: het waaiermodel van Robbert Dijkgraaf, waarin opleidingsroutes juist als gelijkwaardig worden benaderd.

Er zijn bovendien ook mbo-opleidingen die expliciet voorbereiden op leidinggevende rollen. Daar ontwikkelen studenten de kennis en vaardigheden die nodig zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor medewerkers en resultaten. Dit gebeurt op een praktijkgerichte manier.

Het ligt daarom meer voor de hand om in vacatureteksten te vragen naar relevante kennis en leiderschapsvaardigheden in plaats van naar een hbo- of wo-opleidingsniveau, zeker in functies waarin geen specialistische vakkennis vereist is. Als we dat doen, ontstaat er meer ruimte voor mbo-professionals die ook uitstekend in staat zijn om leiding te geven.

Dit artikel is geschreven door Fadie Hanna, associate lector pedagogisch handelen in het mbo aan de Hogeschool van Amsterdam en toezichthouder in het mbo. Reageren? Stuur dan je mail naar f.hanna@hva.nl.