Het archief ligt al vol, maar wanneer gaan we bewegen?

COLUMN | Uitkomsten van onderzoeken naar seksisme, waarvan de manosfeer een giftige manifestatie is, en de impact daarvan op het leven van vrouwelijke studenten komen altijd hard binnen. Toch zouden deze cijfers ons nauwelijks nog mogen verbazen. We weten immers al heel lang dat seksisme, van microagressie tot fysiek geweld, onderdeel is van het dagelijks leven van vrouwen. Sara Ahmed, een van de bekendste feministische denkers van deze tijd, stelt niet voor niets dat het archief al vol ligt met statistieken over seksisme en verhalen van vrouwen. Daarmee legt zij terecht de vraag op tafel: hoeveel bewijs hebben we nog nodig voordat we daadwerkelijk in beweging komen?

Zeker aangezien iedereen het recht heeft om zich veilig te voelen en omdat seksisme een serieus obstakel vormt voor leren en ontwikkeling. Onderzoekers suggereren al jaren dat seksisme samenhangt met structurele stress: wanneer mensen zich onveilig voelen, schakelt het brein over op overlevingsreacties als vechten, vluchten of bevriezen. Daardoor blijft er simpelweg minder ruimte over om te leren en richt het brein zich vooral op de korte termijn in plaats van op ontwikkeling op de langere termijn.

En omdat mbo-instellingen de wettelijke taak hebben om alle studenten optimaal tot ontwikkeling te laten komen, ligt het voor de hand dat zij alles in het werk stellen om vrouwelijke studenten een veilige omgeving te bieden en hen voor te bereiden op situaties waarmee zij te maken kunnen krijgen, zowel op school als op stage en in het dagelijks leven. Tegelijk vraagt dit ook om mannelijke studenten te leren seksisme te herkennen, bespreekbaar te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor een veilige leeromgeving. Die verantwoordelijkheid beleggen bij specifieke vakken, zoals burgerschap, lijkt misschien een logische eerste stap, maar gezien de schaal van het probleem weten we nu al dat dat onvoldoende is.

De enige route is eigenlijk een proactieve, institutionele en integrale aanpak. Niet dat seksisme daarmee verdwijnt, want zo eenvoudig werkt seksisme niet. Maar het helpt vrouwelijke mbo-studenten (en daarmee ook mannelijke studenten) zich beter beschermd te voelen tegen een werkelijkheid waarin seksisme nog altijd alledaags is. Juist op een leeftijd waarop zij volop bezig zijn met hun identiteitsvorming als individu en als professional.

Laten we daarom niet wachten op meldingen van incidenten of op bewezen interventies voordat we in beweging komen tegen seksisme. Juist dat wachten op meer of zogenaamd beter bewijs functioneert, in de woorden van Sara Ahmed, als een stalling mechanism waardoor we telkens te laat of helemaal niet handelen. Vrouwelijke mbo-studenten hebben nu recht op een veilige omgeving om zich te ontwikkelen als mens en als professional, niet later.

Dit artikel is geschreven door Fadie Hanna, associate lector pedagogisch handelen in het mbo aan de Hogeschool van Amsterdam en toezichthouder in het mbo. Reageren? Stuur dan je mail naar f.hanna@hva.nl