OPINIE | Het afgelopen jaar hebben mbo-studenten veel mooie woorden gehoord. Zoals: ‘de onderwaardering van het mbo is nu echt voorbij’ en ‘het mbo is de motor van de samenleving.’ Allemaal mooie, maar loze woorden waar studenten niks aan hebben.
Studenten wachten namelijk nog steeds op gelijke waardering in het studentenleven, sportverenigingen, een verplichte stagevergoeding, geen discriminatie op basis van hun opleiding en een eerlijk studiefinancieringsstelsel. De ongelijkheid in dit stelsel lichten we graag even toe.
Want dat studiefinancieringsstelsel is een systeem gebouwd op de hbo-/wo-student. Omdat die vroeger ‘beter en hoger’ waren, dus recht zouden hebben op meer financiering in dat stelsel. De thuiswonende beurs, de aanvullende beurs en de inkomensgrens voor de aanvullende beurs zijn allemaal lager voor mbo-studenten. Wacht, we vergeten er een paar: het studentenreisproduct is niet voor bbl-studenten, er is geen lesgeldterugbetaling bij het vroegtijdig stoppen van je mbo-studie, je kan minder lenen per maand en de ingangsdatum voor studiefinanciering is ook nog eens later voor mbo-studenten die 18 jaar oud worden.
Hoe kan het dat deze coalitie blijft schreeuwen over gelijkheid voor alle studenten, maar deze vorm van ongelijkheid laat bestaan? Misschien komt dat omdat dé ‘onderwijspartij’ in dit kabinet cadeautjes blijft uitdelen aan de hbo-/wo-student. Want de uitwonendenbeurs gaat dan wel omhoog voor alle studenten, maar hoeveel mbo-studenten wonen er nou uit huis? Begrijp ons niet verkeerd, we vinden dat de financiële positie voor alle studenten verbeterd moet worden. Maar dan ook wel voor alle studenten en niet met een symbolische 50 euro waar een groot deel van de mbo-studenten helemaal niks aan heeft.
Dit is slechts één van de financiële nadelen voor mbo’ers. Waar je verder nog aan kan denken, is een verplichte stagevergoeding voor alle mbo-studenten. Voor mbo-studenten is dat een belangrijk onderwerp wat boven de markt hangt. De vraag die dat oproept voor studenten is: hoe gaat de wet van de verplichte stagevergoeding eruitzien? Want de lobby van de werkgevers wordt steeds sterker. Het keer op keer framen dat stageplekken gaan verdwijnen: als de werkgevers zich gewoon aan de gemaakte afspraken in het Stagepact mbo hadden gehouden, hadden we nu niet met dit probleem gezeten. Laten we hopen dat de coalitie op dit punt ook niet zwicht voor een valse tegenstelling die de werkgevers maken. Want het is én-én. We moeten samen zorgen voor voldoende stageplekken en een vergoeding voor onze studenten.
Dan wordt er in coalitie ook vaak gesproken over het sturen. Het lijkt soms wel alsof ze autoliefhebbers zijn. Nu komt dat sturen voornamelijk van dé ‘autopartij’ in deze coalitie. Het continu blijven praten over sturen van studenten naar tekortsectoren, laat zien dat je studenten helemaal niet als studenten ziet. Maar vooral als middel, om je eigen veroorzaakte problemen op te lossen. Ik hoor je denken, wat moet je dan wél doen? Investeer als eerste in een betere voorlichting van mbo-studenten als ze naar het mbo gaan. We zien namelijk dat het daar nog echt aan schort. Met deze maatregel zorg je er tegelijkertijd voor dat je tekortsectoren beter onder de aandacht brengt bij studenten. Maar de keuze voor een opleiding moet altijd bij de student zelf liggen.
De afwezigheid van dé ‘zondagspartij’ in de coalitie spreekt ook boekdelen. Ze doen alsof ze het mbo belangrijk vinden, maar het altijd aanwezig zijn bij debatten over het mbo is niet voldoende om het verschil te maken. Het altijd maar vragen blijven stellen over problemen waarvan je het antwoord al hebt, is kostbare tijdverspilling. Als je dat in de klas zou doen, zou een gemiddelde docent je allang de les uit hebben gestuurd. Omdat je het proces onnodig aan het vertragen bent.
Dit alles laat zien dat mbo-studenten niks hebben aan mooie woorden, maar dat er ook echt iets moet veranderen in het beleid. En aan wie er over deze ongelijkheden mogen praten. Op dat punt zijn er dit jaar ook goede dingen gebeurd. JOBmbo heeft voor het eerst aan de formatietafel gezeten, om de stem van mbo-studenten te vertegenwoordigen. We zetten ons dagelijks in om mee te praten over de toekomst van Nederland en dat van zijn onderwijs. Dat laat zien dat de ongelijkheden niet op te lossen zijn zonder mbo-studenten zelf.
Maar aan tafel zitten betekent niet dat wij de structurele ongelijkheid die vastzit in systemen, wetten en het coalitieakkoord kunnen oplossen. Daarvoor hebben we geld nodig. En nee, het is niet realistisch om nu 400 miljoen te krijgen voor het gelijktrekken van het studiefinancieringsstelsel. Maar we doen een handreiking. Begin met het verhogen van de aanvullende en thuiswonende beurs en het veranderen van de ingangsdatum van studiefinanciering. Drie concrete maatregelen die de eerste stap zetten naar gelijkheid voor mbo-studenten. Als politiek, werkgevers en maatschappelijke organisaties hebben we namelijk samen de verantwoordelijkheid om niet alleen mooie woorden te spreken over het mbo, maar daar ook voor te betalen.
Dit opiniestuk is ondertekend door Maurits Brus (voorzitter), Gian Sakoetoe (vicevoorzitter), Lotte Aartse (secretaris), Salih Erdal (penningmeester) en Dayan Mangal (algemeen bestuurslid).