Food Makers Academy: nieuwe mbo-route richt zich op thuiszitters

Steeds meer jongeren vallen uit op een onderwijssysteem dat voor hen niet werkt. In plaats van hen terug te duwen richting hetzelfde klaslokaal, kiezen Skill School en Aeres MBO Ede voor een andere route: een erkende mbo-opleiding waarin leren vooral gebeurt door te maken, bewegen en ondernemen buiten de schoolomgeving. De opleiding start in het nieuwe schooljaar.

Het is een groeiend maatschappelijk probleem: vsv oftewel: voortijdig schoolverlaten. Het aantal thuiszitters groeit al jaren. Volgens verschillende onderwijsorganisaties volgen tienduizenden jongeren maandenlang geen volledig onderwijsprogramma. Een nieuwe wet om vsv aan te pakken is al in de maak. Tegelijkertijd waarschuwen organisaties als Balans en het Nederlands Jeugdinstituut dat meer maatwerk nodig is om te voorkomen dat jongeren definitief uit beeld verdwijnen.

Diploma in 1 jaar

Ook vanuit het onderwijs zelf wordt volop actie ondernomen. Een mooi initiatief is de Food Makers Academy, ontwikkeld door Aeres MBO Ede en Stichting Skill School Nederland. De Food Makers Academy richt zich op jongeren die dreigen uit te vallen, al thuiszitten of simpelweg beter leren door te doen dan uit boeken. Omdat steeds meer jongeren in het huidige onderwijssysteem tussen wal en schip belanden, creëerden de initiatiefnemers een alternatieve route. In de Food Makers Academy behalen studenten in één jaar een erkend mbo niveau 1-diploma in horeca, voeding of voedingsindustrie, maar volgen de opleiding niet vanuit een traditioneel schoolgebouw.
De lessen vinden plaats op Stadslab in Ede, een creatieve werkplaats waar jongeren koken vanuit een mobiele legerkeuken, producten verkopen vanuit een omgebouwde SRV-wagen en werken in praktijkruimtes die zijn ingericht als makerslabs.

‘Veel jongeren zijn niet gestopt met leren omdat ze niet willen leren’, zegt Carlijn Pluijmakers Emmen van Skill School. ‘Ze zijn gestopt omdat de manier waarop we onderwijs organiseren niet bij hen past.’

Veel beweging

Naast het reguliere mbo-programma bestaat de opleiding uit sport, persoonlijke ontwikkeling, ondernemerschap, technologie en cultuur. Jongeren werken aan echte opdrachten en leren in een omgeving waar beweging, samenwerken en praktijk centraal staan. Volgens de initiatiefnemers is dat geen extraatje, maar een bewuste keuze. ‘Wij geloven dat motivatie ontstaat wanneer jongeren ervaren dat ze iets kunnen maken, bijdragen en verantwoordelijkheid krijgen’, benadrukt Carlijn. ‘Pas daarna komt het diploma.’

Na afronding kunnen studenten óf doorstromen naar mbo niveau 2, of direct aan het werk, óf een eigen eigen foodconcept ontwikkelen. Maar volgens de initiatiefnemers is het diploma niet het enige doel. ‘Het belangrijkste is dat jongeren weer vertrouwen krijgen in zichzelf. Dat ze ontdekken dat leren óók bij hen past.’