Nederland moet slimmer en productiever gaan werken om de welvaart en publieke voorzieningen op peil te houden. Een goed opgeleide beroepsbevolking is daarvoor onmisbaar, stelt het kabinet in de nieuwe Productiviteitsagenda. Voor het mbo ligt er een belangrijke opdracht: studenten én werkenden toerusten voor beroepen waarin Nederland de komende jaren veel mensen nodig heeft.
De arbeidsproductiviteit nam de afgelopen tien jaar gemiddeld met slechts 0,3 procent per jaar toe. Door de vergrijzing kan Nederland bovendien niet rekenen op veel meer gewerkte uren. Het kabinet wil daarom dat mensen met dezelfde inzet meer kunnen bereiken. Onderwijs, arbeidsmarktbeleid, digitalisering en innovatie moeten daaraan bijdragen.
Onderwijs als motor
De Productiviteitsagenda kiest onder meer voor onderwijs dat beter aansluit op de arbeidsmarkt. Daarbij noemt het kabinet een stevige basis aan taal-, reken- en digitale vaardigheden, betere informatie over studie- en beroepskeuzes en meer mogelijkheden om mensen gedurende hun loopbaan bij te scholen.Die inzet wordt verder uitgewerkt in de gelijktijdig gepresenteerde Talentstrategie. Daarin noemt het kabinet het onderwijs de motor voor het aantrekken, opleiden en behouden van talent. Het gaat daarbij nadrukkelijk om mensen met praktische vaardigheden én theoretische kennis.
Vier domeinen centraal
Het kabinet wil vooral investeren in vier domeinen waarin Nederland kansen ziet voor economische groei en waarin veel talent nodig is: Digitalisering & AI, Veiligheid & weerbaarheid, Energie- & klimaattechnologie en Life sciences & biotechnologie.In al deze domeinen spelen mbo-opgeleide vakmensen een belangrijke rol. Denk aan technici die het elektriciteitsnet uitbreiden, ICT-professionals die organisaties digitaal weerbaar maken en laboratoriummedewerkers in de medische en biotechnologische sector.
Daarnaast blijven extra vakmensen nodig voor publieke voorzieningen en maatschappelijke opgaven, zoals de zorg, kinderopvang, het onderwijs, het sociaal domein en de woningbouw. Alleen slimmer werken is volgens het kabinet in deze sectoren niet genoeg.
Meer jongeren gericht opleiden
Om tekorten terug te dringen wil het kabinet meer jongeren opleiden voor de gekozen domeinen. Dat moet onder meer gebeuren door structurelere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven en door knelpunten bij die samenwerking weg te nemen.
Voor mbo-instellingen raakt dat aan een bekend vraagstuk: hoe sluit je opleidingen aan op een arbeidsmarkt die snel verandert, zonder studenten uitsluitend op te leiden voor de tekorten van vandaag? De kabinetsstukken bevatten nog geen concrete maatregelen voor opleidingen, studentenstromen of bekostiging. De verdere uitwerking volgt de komende tijd.
Nieuw mbo-Pact aangekondigd
Een belangrijke vervolgstap is het aangekondigde mbo-Pact ‘Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Het kabinet wil dit pact sluiten met onder meer onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers en jongeren- en studentenorganisaties. Wat er precies in het pact komt te staan, is nog niet bekend. De titel wijst wel op een gezamenlijke aanpak voor de aansluiting tussen mbo en arbeidsmarkt. Daarbij ligt ook een verbinding met Leven Lang Ontwikkelen voor de hand. Het kabinet wil dat bij- en omscholing vanzelfsprekender wordt, zodat werknemers zich tijdens hun loopbaan kunnen blijven aanpassen aan technologische en economische veranderingen.
Eind 2026 volgt een voortgangsbericht over de Talentstrategie. Dan moet ook duidelijker worden hoe de grote ambities uit de Productiviteitsagenda in concrete maatregelen voor het mbo worden vertaald.