COLUMN | Er was eens een jongen die niet durfde te schrijven. Laten we de jongen Ryan noemen. Ryan had dyslexie én had zijn hele schoolloopbaan gehoord wat er niet goed was aan zijn teksten. Zijn spelling deugde niet. Zijn grammatica schoot tekort. Zinnen liepen niet lekker. En eerlijk is eerlijk: dat was allemaal waar. Maar niemand had Ryan verteld dat hij wel degelijk fantastische verhalen kon vertellen.
Ryan was mijn student. Hij begon op de havo, stapte over naar het hbo en belandde uiteindelijk op het mbo. Niet omdat hij niets te vertellen had, maar omdat hij steeds opnieuw werd afgerekend op wat er niet goed ging. In mijn lessen creatief schrijven verliep het anders. De studenten schreven hun verhalen op en lazen ze daarna voor. Ryans verhalen raakten mij vanaf de eerste letter en dat vertelde ik hem ook. Omdat ik eerst luisterde naar zijn verhaal en daarna pas de teksten las, werd hij niet direct gewezen op wat fout ging.
En toen ontdekten we iets bijzonders.
Ryan bleek een fantastische verteller. Zijn verhalen waren origineel, levendig en vol scherpe observaties. Voor het eerst in lange tijd kreeg hij niet te horen wat er fout was aan die verhalen, maar wat er goed ging. Dat veranderde alles.
Ineens wilde hij beter leren schrijven. Niet omdat er een toets aankwam, maar omdat hij zelf inzag dat hij talent had. Hij wilde meer dan ooit een verhalenverteller worden, maar begreep ook dat een journalist zijn taal op orde moet hebben. Dus werkte hij óók aan spelling en grammatica. Nog steeds met dyslexie, nog steeds met moeite, maar nu vanuit motivatie in plaats van angst.
Ik moet aan Ryan denken nu de discussie over het centraal examen Nederlands weer oplaait. Minister Letschert heeft inmiddels gezegd dat het centraal examen Nederlands voor het mbo blijft bestaan. Een ingevlogen expertgroep adviseert juist om alleen nog maar met instellingsexamens te werken en dat zoveel mogelijk met het beroepsonderwijs te integreren.
Ik ben het eens met de adviesgroep.
In Is het voor een cijfer? Beschrijft auteur Johan Visser hoe een toets het onderwijs gaat sturen. Zodra een cijfer centraal staat, verschuift de motivatie van leren naar presteren. Niet nieuwsgierigheid maar toetsgericht gedrag wordt de motor van het onderwijs. “Komt dit op het examen mevrouw?” Oftewel: “Als dit niet in het examen zit, hoef ik het niet te weten.” Als (minimaal) een zes is behaald, stopt het leren, want het is ‘klaar en behaald’.
Een centraal examen ziet dus veel. Maar het ziet niet altijd talent. En het stimuleert zeker niet om goed te worden in een vak. Dus zullen we stoppen met het ‘toetsen om het toetsen’?
Overigens ben ik wel voorstander van landelijke kwaliteitseisen stellen aan het Nederlands van mbo-studenten. Maar waarom zouden we taalvaardigheid willen beoordelen met een centraal examen, als je die ook kunt laten zien in echte beroepssituaties, met landelijke standaarden én ruimte voor professionele beoordeling? Niet voor niets halen studenten daarvoor veel hogere cijfers: volgens mij begrijpen ze simpelweg veel beter wat ze aan het doen zijn en waarvoor ze die kennis nodig hebben.
Voor Ryan is het goed afgelopen. Hij heeft onze mbo-opleiding én de hbo-opleiding Journalistiek inmiddels afgerond. Hij werkt in de radio- en televisiejournalistiek en doet precies waar hij altijd al talent voor had: verhalen vertellen.
En Ryan schreef nog lang en gelukkig.