Het nieuwe schooljaar komt eraan. Daarom worden er in de studentensteden van Nederland introductieweken georganiseerd. Op steeds meer plekken door het land staan deze open voor mbo-studenten. Toch weten maar weinig mbo’ers de weg naar de introductiedagen te vinden, zo meldt NU.nl.
Tijdens de introductieweek krijgen aanstaande studenten de kans om kennis te maken met het studentenleven, hun nieuwe studentenstad en andere studenten voordat het studiejaar begint. Bij veel introductieweken zijn mbo-studenten welkom. Na succesvolle pilots verwelkomen de EL CID in Leiden en de KEI-week in Groningen dit jaar opnieuw mbo-studenten. Ook bij de INKOM in Maastricht mogen mbo’ers zich sinds 2023 aanmelden. Bij LEIP! in Leeuwarden verwacht de organisatie dat 25 tot 30 procent van de in totaal 5.500 deelnemers van het mbo komt. De UIT in Utrecht rekent op enkele tientallen mbo’ers, net als voorgaande jaren.
Belangstelling van mbo-studenten mist
Toch is het moeilijk om mbo-studenten daadwerkelijk te enthousiasmeren voor de introductieweken. Het aantal mbo-studenten dat zich aanmeldt, is een stuk kleiner dan het aantal hbo- en wo- studenten dat deelneemt aan de introductieweken.
De organisatie van INKOM ziet dat het aantal mbo-studenten dat deelneemt stap voor stap toeneemt. Toch benadrukt de organisatie dat het bereiken van deze doelgroep tijd kost. ‘Het bereiken en betrekken van deze doelgroep vraagt om een cultuurverandering die tijd nodig heeft.’
MBO Raad is positief
De MBO Raad is blij met de ontwikkeling dat steeds meer introductieweken hun deuren openen voor mbo’ers. Toch ziet ook woordvoerder Jesse Burgers dat veel mbo-studenten de introductieweken links laten liggen. Een belangrijke reden is volgens Burgers dat veel mbo-studenten nog niet weten dat zij welkom zijn. Mbo-scholen kunnen hierin een belangrijke rol spelen en de bekendheid van introductieweken vergroten door deze te promoten.
Ook het relatief kleine aantal aanmeldingen kan volgens Burgers een versterkend effect hebben. Doordat nog weinig mbo-studenten deelnemen, melden andere mbo’ers zich ook minder snel aan. ‘De studenten willen natuurlijk tijdens zo’n week wel mensen ontmoeten met wie ze op school zitten’, vertelt hij. Burgers benadrukt dat dit vraagt om een cultuurverandering.
Minder vaak in een nieuwe stad
Hoewel het belangrijk is dat introductieweken toegankelijk zijn voor iedereen, zijn niet alle verschillen tussen mbo-, hbo- en wo-studenten makkelijk weg te nemen. Zo blijven veel mbo’ers tijdens hun studie thuis wonen en volgen zij vaak een opleiding dicht bij huis.
Daardoor is de noodzaak voor mbo’ers om een nieuwe stad en mensen te leren kennen minder groot, zegt Burgers. ‘Als je in een nieuwe stad gaat wonen, dan is de introductieweek de kans om de stad te ontdekken. Bij mbo’ers is die noodzaak minder in vergelijking met hbo- en wo-studenten.’