De batterij van een veilige haven

COLUMN | Aan het begin van elk schooljaar gebeurt er iets opvallends. Terwijl docenten druk bezig zijn met roosters, lesplannen en kennismakingsactiviteiten, zijn studenten bezig met een heel andere vraag: Kan ik jou vertrouwen?

Vanuit het hechtingsperspectief kijken we vaak naar de docent als een belangrijk relatiefiguur. Niet als vervanging van een ouder, maar wel als iemand die veiligheid kan bieden. Iemand die kan fungeren als secure base en safe haven. Mooie wetenschappelijke termen die in de praktijk ook zijn terug te zien.

Een secure base is de veilige basis van waaruit studenten durven te ontdekken, fouten maken en groeien. Studenten die zich gezien voelen, stellen eerder vragen, nemen eerder initiatief en zijn minder bang om iets verkeerd te doen. Veiligheid gaat niet over pamperen, maar over de voorwaarden creëren waarin studenten risico’s durven nemen en kunnen groeien.

Maar voordat studenten die stap naar exploreren zetten, hebben ze vaak eerst iets anders nodig: een safe haven. Een veilige haven waar ze terecht kunnen wanneer spanning, onzekerheid of stress de overhand nemen. Laat dat nu precies zijn wat je als docent vooral tegenkomt in de eerste weken van het schooljaar.

Dan zitten er studenten tegenover je die niet weten wat er van hen verwacht wordt. Studenten die wellicht al eerder zijn vastgelopen op school. Studenten die bezig zijn een sociaal plekje te veroveren in een nieuwe groep soortgenoten. Studenten die afwachtend kijken, hun capuchon ver over hun hoofd trekken of juist voortdurend bevestiging zoeken. Zij zijn nog helemaal niet bezig met leren. Eerst willen ze weten of deze plek veilig genoeg is.

Dat vraagt iets van docenten. We leggen verwachtingen uit. Nog een keer. En nog een keer. We benoemen wat goed gaat. We laten merken dat fouten maken mag. We begroeten studenten bij binnenkomst en vragen hoe het gaat. Kleine handelingen, maar vanuit onderzoek weten we dat juist dit soort signalen bijdragen aan relationele veiligheid.

Tegelijkertijd mogen we eerlijk zijn over de keerzijde. Veiligheid bieden kost energie.

Soms voelt het alsof je de hele dag bezig bent met aanmoedigen, geruststellen en structureren. Alsof je voortdurend emotionele accu’s van anderen aan het opladen bent, terwijl je eigen batterij langzaam leegloopt. Zeker wanneer studenten weinig respons lijken te geven. Wanneer de begroeting onbeantwoord blijft. Wanneer afspraken opnieuw worden vergeten. Wanneer de investering groter lijkt dan de opbrengst.

Op zulke momenten kan ik er bijna moedeloos van worden.

En dan gebeurt er vaak iets kleins. Een student die voor het eerst op tijd verschijnt. Een deel van de klas dat zonder discussie meebeweegt wanneer je een grens stelt of een opdracht geeft. Iemand die toch een vraag stelt in de les. Een student die na weken zwijgen ineens vertelt wat er speelt. Geen grote doorbraken, maar kleine signalen van vertrouwen.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van het hechtingsperspectief in het onderwijs. Veiligheid ontstaat zelden in één gesprek of één les. Het ontstaat in de optelsom van vele kleine interacties. In het consequent blijven uitleggen. In het positief bekrachtigen, in het blijven staan. Ook wanneer een student nog niet direct met je meegaat.

Niet elke student zal meegaan. Dat hoeft ook niet. Maar vaak gaat een deel van de studenten uiteindelijk toch ontdekken dat jouw les een plek is waar ze mogen leren, proberen en soms falen.

En op het moment dat dat gebeurt, zie je de kracht van een veilige haven. Niet omdat studenten er blijven hangen, maar juist omdat ze hem steeds minder nodig hebben. Dan wordt de safe haven langzaam een secure base.

Daar doen we het uiteindelijk voor. Zelfs als het af en toe wat batterij kost.