Het Nederlandse onderwijs staat voor grote uitdagingen. Personeelstekorten, kansengelijkheid, het dalende welbevinden van leerlingen en studenten, de beheersing van de basisvaardigheden en de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie vragen om nieuwe kennis en oplossingen. Dat staat in de Nationale Kennisagenda Onderwijs 2026-2030 van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).
In deze kennisagenda staan de belangrijkste vragen voor het onderwijs in de komende jaren. Deze vragen zijn bepaald op basis van een uitgebreide uitvraag onder leraren, docenten, schoolleiders, beleidsmakers en onderzoekers en analyses van bestaand onderzoek. De vragen zijn afkomstig uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid en vervolgens verder uitgewerkt door onderzoekers.
Onderwijs als gezonde sector
Een van de belangrijkste opgaven is het aantrekkelijk en gezond houden van het onderwijs. Het gaat daarbij niet alleen om het tegengaan van personeelstekorten, maar juist ook om de pedagogische en didactische vakbekwaamheid van leraren en docenten. Ook is meer kennis nodig over de manier waarop scholen en onderwijsinstellingen personeel kunnen aantrekken en behouden. Professionalisering en goed leiderschap kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Vooral voor startende leraren en het versterken van lerarenopleidingen wordt gezocht naar aanpakken die in de praktijk werken.
Leerlingen en studenten optimaal ontwikkelen
Een tweede opgave is ervoor zorgen dat alle leerlingen en studenten zich optimaal kunnen ontwikkelen. Hun welbevinden staat onder druk. Scholen en opleidingen zoeken daarom onder meer naar manieren om de sociale en fysieke veiligheid te verbeteren, de betrokkenheid bij school te vergroten en de prestatiedruk te verminderen. Daarnaast verandert de leerlingen- en studentenpopulatie. De toenemende diversiteit vraagt om nieuwe aandacht voor kansengelijkheid en inclusief onderwijs.
Voorbereiden op vervolgonderwijs en een veranderende arbeidsmarkt
Een derde opgave is de voorbereiding op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet leerlingen en studenten relevante kennis en vaardigheden en een brede ontwikkeling meegeven. In het funderend onderwijs ligt de nadruk onder andere op de implementatie van de nieuwe kerndoelen en versterking van de basisvaardigheden. In het vervolgonderwijs gaat het onder andere om werkplekleren en een goede aansluiting op de veranderende arbeidsmarkt. Daarbij speelt ook de vraag hoe het onderwijs studenten
kan opleiden voor beroepen waar grote tekorten zijn, bijvoorbeeld in de techniek en het onderwijs.
Technologische ontwikkelingen maken die opgave nog urgenter. Leerlingen en studenten zullen steeds vaker te maken krijgen met kunstmatige intelligentie en andere vormen van digitalisering. Het is belangrijk om te onderzoeken hoe leerlingen en studenten daarmee moeten leren omgaan en welke kennis en vaardigheden docenten nodig hebben om hen hierin te begeleiden.
Wetenschappelijke kennis voor de onderwijspraktijk en het beleid
Het NKO wil de komende jaren bestaande kennis over deze vragen toegankelijk en bruikbaar maken voor
onderwijsinstellingen en het landelijk beleid. Daarnaast wil het NKO ervoor zorgen dat de kennis leraren en
docenten, leidinggevenden, docentenopleiders en landelijk beleidsmakers goed bereikt en zal het NKO waar
nodig nieuwe kennis (laten) ontwikkelen over deze vraagstukken. Zo worden alle onderwijsprofessionals beter
ondersteund bij hun werk in de onderwijspraktijk en het beleid.
De kennisagenda kan volgens het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs bijdragen aan sterker en
toekomstbestendig onderwijs. Het NKO roept onderwijsprofessionals en onderzoekers op om samen aan de
vraagstukken te werken om hiermee de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen en studenten te
versterken.