Het kabinet trekt verschillende bezuinigingen op het mbo terug en werkt toe naar een nieuw financieringsmodel. Vanaf 2029 krijgen mbo-scholen onder meer een vaste financiële basis en komt jaarlijks 200 miljoen euro beschikbaar voor regionale samenwerking. Ook blijft het Regionaal Investeringsfonds bestaan. De MBO Raad reageert positief, maar mist nog concrete investeringen in loopbaanbegeleiding, scholing voor volwassenen en onderwijs aan nieuwkomers.
Voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie trekt het kabinet in 2027 in totaal ongeveer 6,4 miljard euro uit. Daarvan is 4,9 miljard bestemd voor de reguliere bekostiging van mbo-instellingen. Dat blijkt uit de onderwijsbegroting voor 2027, die op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Een belangrijk deel van de maatregelen gaat pas vanaf 2029 in. Het kabinet wil dan de manier waarop het geld over mbo-scholen wordt verdeeld veranderen. Iedere school krijgt een vaste financiële basis. Scholen in regio’s waar het aantal studenten sterk daalt, kunnen daarnaast een extra bedrag krijgen. Tot die tijd blijft er geld beschikbaar om de gevolgen van krimp op te vangen: 30 miljoen euro in 2027 en 34 miljoen euro in 2028.
Geld voor regionale samenwerking
Vanaf 2029 komt jaarlijks 200 miljoen euro beschikbaar voor samenwerking in de regio. Mbo-scholen kunnen hiermee samen met andere onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden afspraken maken over het opleidingsaanbod. Het doel is om opleidingen beter te laten aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt. Van dit bedrag is 50 miljoen euro bedoeld om het onderwijs flexibeler te maken. Dat moet het onder andere gemakkelijker maken om onderwijs aan te bieden aan mensen die zich tijdens hun loopbaan willen bij- of omscholen.
Het samenwerkingsbudget komt overigens niet volledig boven op de bestaande financiering. Het kabinet haalt het geld uit de huidige middelen voor de kwaliteitsafspraken. Mbo-scholen krijgen daardoor minder vrijheid om zelf te bepalen waaraan zij dit geld besteden. Ook blijft van 2029 tot en met 2031 jaarlijks 142,2 miljoen euro beschikbaar voor het carrièreperspectief van mbo-docenten. In 2030 beoordeelt het kabinet of mbo-scholen voldoende vooruitgang hebben geboekt. Bij voldoende resultaat wordt het geld vanaf 2032 aan de reguliere bekostiging toegevoegd.
Regionaal investeringsfonds blijft bestaan
Het kabinet draait ook de voorgenomen bezuiniging op het Regionaal Investeringsfonds mbo terug. Via dit fonds werken mbo-scholen, bedrijven en regionale overheden samen aan beter beroepsonderwijs en een goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen ook na 2027 nieuwe aanvragen worden ingediend. Voor 2027 is 23 miljoen euro beschikbaar voor nieuwe projecten. De regeling wordt voorlopig verlengd tot en met 2028.
Daarnaast investeert het kabinet vanaf 2028 13 miljoen euro per jaar in praktijkgericht onderzoek in het mbo. Dit bedrag loopt op tot structureel 17 miljoen euro. Hiermee wil het kabinet de practoraten en het praktijkgerichte onderzoek binnen mbo-scholen verder uitbouwen.
Gratis leermiddelen onder de 18
Vanaf 2029 wordt jaarlijks 80 miljoen euro uitgetrokken voor gratis leermiddelen voor mbo-studenten jonger dan 18 jaar. Het kabinet wil daarmee het verschil verkleinen met leerlingen in het voortgezet onderwijs, die hun schoolboeken al gratis krijgen. Ook de tijdelijke aanpak voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding krijgt een vervolg. In 2027 is hiervoor nog 32 miljoen euro beschikbaar. De afzonderlijke regeling stopt daarna, maar vanaf 2029 wordt hetzelfde bedrag structureel toegevoegd aan de kwaliteitsmiddelen voor mbo-scholen.
Voor de subsidieregeling Praktijkleren is in 2027 ruim 265 miljoen euro beschikbaar. Werkgevers kunnen hieruit een tegemoetkoming krijgen voor de begeleiding van onder meer bbl-studenten. De maximale bijdrage wordt geïndexeerd en komt uit op ongeveer 2.800 euro per leerwerkplek.
Werkagenda en Stagepact verlengd
De huidige Werkagenda mbo en het Stagepact lopen formeel tot eind 2027. Het kabinet verlengt de aanpak met één jaar, tot en met 2028. Voor de bijbehorende kwaliteitsafspraken is in 2027 ongeveer 540 miljoen euro beschikbaar.
Verder krijgen scholen en gemeenten in 2027 samen 106,1 miljoen euro om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en jongeren naar werk te begeleiden. Sinds de invoering van de Wet van school naar duurzaam werk richt deze aanpak zich op jongeren tot 27 jaar. Het kabinet wil het aantal voortijdig schoolverlaters in het studiejaar 2029-2030 beperken tot maximaal 23.000.
Ook kondigt het kabinet een nieuw pact aan over ‘opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Dit pact wordt onderdeel van de Nationale Talentstrategie. Onderwijs, werkgevers en andere organisaties moeten daarin afspraken maken over opleidingen, stages en personeel voor sectoren die belangrijk zijn voor de economie en de publieke dienstverlening.
MBO Raad mist concrete investeringsagenda
De MBO Raad is tevreden dat een groot deel van de eerdere onderwijsbezuinigingen wordt teruggedraaid. Voorzitter Adnan Tekin noemt het mbo onmisbaar voor het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken. De sectororganisatie vindt de plannen voor de Nationale Talentstrategie echter nog onvoldoende concreet. Vooral investeringen in loopbaanbegeleiding, een leven lang ontwikkelen en onderwijs voor nieuwkomers ontbreken volgens de raad.
Vanaf 2028 reserveert het kabinet jaarlijks 100 miljoen euro voor een nieuwe regeling voor een leven lang ontwikkelen. De precieze invulling daarvan moet nog worden uitgewerkt. De MBO Raad wil dat het mbo daarbij een duidelijke wettelijke taak en structurele financiering krijgt. Alleen dan kunnen mbo-scholen volgens de organisatie een blijvende rol spelen bij het opleiden en omscholen van volwassenen. De volledige reactie van de MBO Raad lees je hier.