Democratie naspelen werkt beter dan alleen uitleg – maar effect vervaagt snel

Mbo-studenten leren meer over democratie wanneer zij democratische besluitvorming zelf ervaren. Simulatielessen vergroten onder meer hun politieke kennis, zelfvertrouwen en openheid voor andere opvattingen. De meeste effecten zijn twee maanden later echter niet meer aantoonbaar. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van HvA-onderzoeker Jip Teegelbeckers.

Teegelbeckers onderzocht welke onderwijsmethoden kunnen bijdragen aan de democratische competenties en waarden van studenten. Hij promoveerde op 16 oktober aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Teaching for democracy: Exploring teaching methods that work.

Acht lessen over democratie

Voor het onderzoek ontwikkelde Teegelbeckers twee lessenreeksen voor het mbo, elk bestaande uit acht lessen van ongeveer een uur. De ene reeks draaide vooral om uitleg en opdrachten. In de andere lessen ervoeren studenten democratische processen via simulaties. Studenten namen bijvoorbeeld de rol aan van politieke partijen, parlementariërs of deelnemers aan een burgerforum. Zo maakten zij kennis met verschillende bestuursvormen en modellen van democratie, waaronder een dictatuur, meerderheidsdemocratie en consensusdemocratie. Ook moesten zij vanuit uiteenlopende belangen gezamenlijk oplossingen bedenken voor politieke en maatschappelijke vraagstukken.

Aan het experiment deden 1.242 mbo-studenten mee. Van hen volgden 501 studenten de instructielessen en 342 studenten de simulatielessen. Daarnaast was er een controlegroep van 399 studenten die geen van beide lessenreeksen kreeg. De studenten vulden vooraf, direct na de lessen en twee maanden later een vragenlijst in.

Meer kennis en politiek vertrouwen

Direct na de lessen scoorden studenten uit de simulatiegroep op meerdere onderdelen beter dan studenten die vooral uitleg en opdrachten hadden gekregen. Zij hadden meer kennis over politiek en democratie en meer vertrouwen in hun vermogen om democratische processen te begrijpen en erover in gesprek te gaan. Ook stonden zij meer open voor andere opvattingen en voor samenwerking tussen meerderheid en oppositie. Daarnaast wezen zij sterker het idee af dat één dominante groep het land zou moeten besturen. De effecten waren het duidelijkst bij studenten die meer dan vijf van de acht lessen hadden gevolgd.

De instructielessen hadden eveneens effect. Vergeleken met de controlegroep kregen studenten door deze lessen meer vertrouwen in hun eigen politieke kennis. Over het geheel genomen waren de ervaringsgerichte lessen direct na afloop echter effectiever.

Effecten beklijven nauwelijks

De resultaten vragen wel om enige voorzichtigheid. Bij de meting twee maanden later waren de meeste verschillen verdwenen. Alleen de grotere bereidheid om samen te werken tussen meerderheid en oppositie was nog aantoonbaar.

Een korte reeks van acht lessen maakt studenten dus niet blijvend democratischer. Teegelbeckers pleit er daarom voor om simulaties niet als een losstaand project aan te bieden, maar te verwerken in een breder curriculum. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of de effecten dan langer standhouden.

Goede begeleiding noodzakelijk

Uit gesprekken met docenten en studenten blijkt bovendien dat simulatielessen om zorgvuldige begeleiding vragen. Studenten kunnen emotioneel reageren wanneer zij binnen een simulatie in een ongunstige positie belanden. Ook bestaat het risico dat zij te snel overeenstemming bereiken, zich onvoldoende in andere perspectieven verplaatsen of met eenzijdige oplossingen komen. Betekenisvolle voorbeelden, verschillende perspectieven en gezamenlijke reflectie zijn daarom belangrijke onderdelen van de lessen. Na een simulatie moeten studenten niet alleen bespreken wat er gebeurde, maar ook waarom een besluitvormingsproces op een bepaalde manier verliep en welke voor- en nadelen verschillende vormen van democratie hebben.

Het onderzoek laat daarmee vooral zien dat het ervaren van democratische besluitvorming een kansrijke aanvulling is op uitleg en opdrachten. Voor blijvende effecten is waarschijnlijk een langere en structurele inzet binnen het burgerschapsonderwijs nodig.

Meer informatie en de openbaar beschikbare hoofdstukken zijn te vinden in de UvA-database met het proefschrift.