Adnan Tekin: ‘Tekorten los je niet op door te sturen op studiekeuze’

OPINIE | ‘Arno Visser en Anneke Westerlaken stellen in Trouw (3 juni) een belangrijke vraag: hoe zorgen we ervoor dat Nederland voldoende verpleegkundigen, technici en andere vakmensen opleidt voor de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd? Ook het mbo ziet dagelijks hoe groot die uitdagingen zijn. Maar de oplossing die zij aandragen, jongeren nadrukkelijk sturen richting bepaalde opleidingen en weg van andere, wijs ik af’, schrijft MBO Raad-voorzitter Adnan Tekin in dit ingezonden opinieartikel. ‘Jongeren moeten kunnen kiezen op basis van hun talenten, interesses en ambities. Vrije studiekeuze is een voorwaarde voor gemotiveerde studenten en duurzame loopbanen.’

‘Bovendien doet de suggestie dat opleidingen als dierverzorging of luchtvaartdienstverlening minder waardevol zouden zijn omdat niet iedere afgestudeerde direct in die sector werkt, geen recht aan de werkelijkheid. Het mbo leidt niet alleen op voor een eerste baan, maar ontwikkelt vakmensen met brede, inzetbare vaardigheden. Juist daardoor zijn mbo-afgestudeerden in veel sectoren gewild.

Ook schetst het opiniestuk een onvolledig beeld van de ontwikkelingen. Zorg- en techniekopleidingen winnen de afgelopen jaren juist aan populariteit. Terwijl de totale instroom in het mbo afneemt, groeit het aantal studenten in technische opleidingen en in opleidingen als Helpende Zorg en Welzijn. Inmiddels kiest ruim 55 procent van de mbo-studenten voor een opleiding in zorg of techniek. Jongeren zien de maatschappelijke betekenis van deze beroepen en kiezen daar steeds vaker bewust voor.

Dat gebeurt niet vanzelf. Het mbo investeert al jaren in manieren om jongeren kennis te laten maken met sectoren waar grote tekorten bestaan. Denk aan brede oriëntatieprogramma’s waarin studenten verschillende beroepsrichtingen verkennen voordat zij een definitieve keuze maken. Ook werken studenten steeds vaker samen met bedrijven, zorginstellingen en maatschappelijke organisaties in praktijkgerichte leeromgevingen. Via techniekcampussen, zorginnovatieprojecten en keuzedelen rond bijvoorbeeld de energietransitie ontdekken zij beroepen die eerder buiten beeld bleven. De ervaring leert dat een realistisch beeld van het werk en contact met de praktijk beter werken dan sturing van bovenaf.

Wat mij vooral stoort, is de impliciete boodschap dat sommige mbo-studenten waardevoller zouden zijn voor de samenleving dan anderen. Natuurlijk hebben we mensen nodig in de zorg, techniek en bouw. Maar onze samenleving draait ook op medewerkers in logistiek, handel, recreatie en dienstverlening. Een sterke samenleving vraagt om divers talent.

De echte vraag is bovendien niet alleen hoe we meer mensen naar tekortsectoren krijgen, maar vooral hoe we ervoor zorgen dat zij daar blijven. Te veel vakmensen verlaten sectoren vanwege hoge werkdruk, beperkte ontwikkelmogelijkheden of onvoldoende perspectief. Meer instroom alleen lost dat probleem niet op.

Nederland heeft verpleegkundigen, installateurs en bouwvakkers nodig. Maar de uitdaging is niet om jongeren te sturen. De uitdaging is hen te verleiden voor belangrijke beroepen te kiezen én ervoor te zorgen dat zij met plezier en perspectief in hun vak blijven werken.’

Dit opinieartikel is geschreven door Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad