Minister Eppo Bruins gaat verkennen hoe werkgevers verplicht kunnen worden studenten stagevergoedingen te geven. Als sociale partners de komende jaren onvoldoende resultaten bieden, wil hij met een wettelijke plicht komen. ‘Ik ben pas tevreden als iedere stagiair een vergoeding krijgt.’
Bij een Kamerdebat over stages zijn veel woordvoerders voorstander van een wettelijke plicht voor bedrijven om een stagevergoeding te betalen. Mikal Tseggai van GroenLinks-PvdA pleit zelfs voor een aparte stagewet. Zo’n wet zou moeten regelen dat stagiairs een minimale vergoeding krijgen van 750 euro per maand. Voor bedrijven die dit niet kunnen opbrengen, kan er een apart stagefonds worden opgericht. Volgens Tseggai moet de Arbeidsinspectie erop toezien dat leerbedrijven vergoedingen betalen. Aan iedere stage zou bovendien een overeenkomst tussen school en bedrijf ten grondslag moeten liggen – iets dat in het mbo natuurlijk al geregeld is.
Recht op vergoeding
Claire Martens-America van de VVD ziet weinig in een aparte stagewet. Volgens haar is het niet reëel om voor iedere stage een vergoeding te eisen. Al is het maar omdat er grote verschillen zijn tussen snuffelstages en afstudeerstages. Als tussenoplossing draagt Dogukan Ergin (Denk) het ‘recht op stagevergoeding’ aan. Wettelijk zou dan bepaald worden dat stagiairs recht hebben op een vergoeding, zonder vast te leggen hoe hoog die vergoeding moet zijn. Dit idee valt goed in de smaak bij andere woordvoerders, onder wie Jan Paternotte (D66) en Aant-Jelle Soepboer (NSC).
Leerplek
Een heel ander geluid komt van Nico Uppelschoten, oud mbo-bestuurder en nu Kamerlid voor de PVV. Hij wijst erop dat een stageplek een leerplek is. Het is de taak van de school om ervoor te zorgen dat de student niet wordt ingezet als reguliere werknemer. Het is volgens Uppelschoten geen goed idee om de Arbeidsinspectie hiermee te belasten. Het verstrekken van een eerlijke stagevergoeding, passend bij het leerkarakter van de stageplek, is een kwestie van fatsoen. Een wettelijke plicht tot het geven van vergoedingen is volgens Uppelschoten een heilloze weg.
Schandalig
Minister Eppo Bruins is het met de Kamerleden eens dat van leerbedrijven verwacht mag worden dat zij een passende stagevergoeding betalen. Hij vindt het zelf ‘schandalig’ als bedrijven dit niet doen. Hij vindt het ook ‘onacceptabel’ als werkgevers onderscheid maken tussen stagiairs van het mbo of het hoger onderwijs. Voor een wettelijke minimale stagevergoeding vindt Bruins het, zoals betoogd in een recente Kamerbrief, nog te vroeg. Volgens de minister heeft zijn voorganger, Robbert Dijkgraaf, goede afspraken gemaakt in het stagepact. Deze afspraken leiden inmiddels ook tot resultaten. In steeds meer cao’s maken sociale partners afspraken over stagevergoedingen. Bruins heeft goede hoop dat binnenkort in de cijfers terug te zien zal zijn dat meer studenten vergoedingen krijgen.
Verkenning
Minister Bruins laat de verantwoordelijkheid voor de stagevergoedingen, zoals vastgelegd in het stagepact, vooralsnog bij de sociale partners. Hij zegt toe nauwkeurig te monitoren in hoeverre het onderwerp aan de orde komt bij cao-onderhandelingen. Als echter over twee jaar blijkt dat veel stages nog onbetaald zijn, wil hij met dwingende wettelijke maatregelen komen. Want, aldus de minister: ‘Ik ben pas tevreden als iedere stagiair een vergoeding krijgt.’ Op verzoek van de Kamer zegt Bruins toe nu al te verkennen hoe zo’n wet eruit zou kunnen zien. Voor het eind van het jaar zal hij de Kamer informeren over de mogelijkheden van een wettelijk verplichte stagevergoeding. Daarbij neemt hij ook de suggestie van een ‘recht op stagevergoeding’ mee.