OPINIE | Nederland staat voor een forse arbeidsmarktopgave, constateert Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad. In dat licht klinkt de roep om meer sturing op studiekeuzes steeds luider. Die urgentie is begrijpelijk, maar de oplossing ligt niet in dwang, en zeker niet in een eenzijdige focus op het mbo.
De uitdaging vraagt om een bredere blik op hoe jongeren kiezen, hoe opleidingen aansluiten op de praktijk en welke rol werkgevers daarin spelen. Alleen door samenwerking en het bieden van perspectief kunnen duurzame oplossingen worden gevonden voor de tekorten aan vakmensen.
Urgentie op de arbeidsmarkt, gedeelde verantwoordelijkheid
Recentelijk pleitte VVD-Kamerlid Queeny Rajkowski in dagblad Trouw voor meer sturing op de studiekeuze van studenten. Net als zij voel ik maatschappelijke urgentie: ons land staat onder druk door groeiende tekorten aan vakmensen. In sectoren als techniek, bouw en zorg lopen die tekorten snel op. Het mbo voelt én neemt de verantwoordelijkheid om studenten op te leiden tot vakmensen die bijdragen aan de toekomst van Nederland.
Het beeld dat mbo-opleidingen niet aansluiten op de arbeidsmarkt is te simpel. Opleidingen ontstaan in samenspraak met het bedrijfsleven. Is er vraag, dan komt er aanbod. Neemt de vraag af, dan wordt de instroom beperkt of stopt een opleiding. Verandert de beroepspraktijk of de vraag vanuit de samenleving, dan veranderen opleidingen ook. Zo sturen mbo-instellingen continu op arbeidsmarktrelevantie. De suggestie dat het mbo nog ‘wendbaarder’ moet worden om beter aan te sluiten op de arbeidsmarkt, doet geen recht aan de werkelijkheid. Het mbo is al kwalitatief sterk én wendbaar. Het is bij uitstek de plek waar onderwijs en arbeidsmarkt elkaar dagelijks ontmoeten; dat is de grote kracht van het mbo.
Studiekeuzes vragen ruimte, geen dwang
De echte uitdaging ligt elders. Veel jongeren komen het mbo binnen zonder scherp beroepsbeeld. Dat is geen tekortkoming, maar een realiteit. Vijftien- en zestienjarigen weten vaak nog niet waar hun talenten liggen. Ze kiezen een opleiding omdat die bekend klinkt, in de buurt is of omdat iemand in hun omgeving die ook volgt. Juist daarom biedt het mbo ruimte om te ontdekken. Keuzes voor tekortsectoren ‘afdwingen’ bij studenten is geen effectieve route. Steeds meer instellingen werken met brede oriëntatiejaren, waarin studenten verschillende richtingen verkennen en arbeidsmarktperspectief nadrukkelijk wordt meegenomen. Ook het principe van breed instromen en smal uitstromen, bijvoorbeeld in bouw en techniek, wint terrein: een brede basis met daarna gerichte specialisatie. Dat leidt tot bewustere keuzes en beter gemotiveerde vakmensen.
De sleutelrol van werkgevers en nieuwkomers
Maar het onderwijs kan deze opgave niet alleen dragen. Wie vraagt om meer instroom in tekortsectoren, moet ook kijken naar wat er daarna gebeurt. Werkgevers spelen een sleutelrol. Goede stagebegeleiding, een stagevergoeding voor elke student en ontwikkelmogelijkheden zijn cruciale randvoorwaarden. Als jongeren na hun diploma afhaken door hoge werkdruk of gebrek aan begeleiding, lossen extra studenten niets op.
Daarnaast moet men verder kijken dan de initiële student. Demografische ontwikkelingen zorgen ervoor dat ook het aantal mbo-studenten daalt, terwijl de tekorten toenemen. We redden het dus niet met alleen initiële studenten, dat wil zeggen degenen die nog niet werken of gewerkt hebben. We moeten daarom sterker inzetten op zij-instromers, op werkenden die zich willen omscholen en op mensen die nu langs de kant staan. Ook nieuwkomers horen daarbij. Het mbo, met zijn publieke infrastructuur, heeft alles in huis om ook deze groepen op te leiden voor tekortsectoren.
Waarom alleen het mbo?
Opvallend is dat in het interview vooral wordt gesproken over plannen voor het mbo, en veel minder over het hbo en wo. Waarom ligt de nadruk eenzijdig bij het mbo? Als de onderliggende boodschap is dat meer jongeren moeten kiezen voor het mbo, dan deel ik dat doel. Maar dat vraagt om zorgvuldigheid en samenwerking, niet om wantrouwen, een gedwongen studiekeuze of een eenzijdige focus op één sector.
Meer jongeren verleiden voor het mbo is een gezamenlijke opgave. Dat lukt alleen als politiek, onderwijs en werkgevers samen optrekken. De VVD zit aan tafel voor de vorming van een nieuw kabinet. Dit is het moment om woorden om te zetten in daden: geef het publiek bekostigd onderwijs een duidelijke publieke opdracht, én de ruimte en middelen om deze maatschappelijke opgave waar te maken. Niet met dwang in de studiekeuze, maar met vertrouwen, samenwerking en perspectief.
Adnen Tekin is voorzitter van de MBO Raad
Lees het MBO-today artikel over Rajkowski’s voorstel hier