COLUMN | Ik ga het echt doen; overstappen naar de ‘andere kant’. Naar de beleidstypes, of het waterhoofd volgens sommigen. In plaats van docent ben ik vanaf nu onderwijskundig adviseur. Ik heb daar ontzettend veel zin in, maar als ik mijn docentencollega’s mag geloven, is het eigenlijk niet best. Wat er preciés met die andere kant aan de hand is weet ik nog niet, maar ik weet wel dat het vaak iets met ‘VEEL’ is.
ZE doen niet zo VEEL
ZE praten VEEL te VEEL
ZE zijn met te VEEL
Al mijn collega-docenten feliciteren mij met de overstap. Zij gunnen het me dat ik iets nieuws ga doen. Maar na de eerste gelukwensen komt er vaak nóg een zinnetje, waar ik vervolgens zelf een impliciete beschuldiging bij invul.
‘Gefeliciteerd zeg! Jeetje, jij ook al…’ (ze zijn immers al met zoveel).
‘Oh wat leuk voor je…Maar dat had ik nou eigenlijk niet van jou verwacht’ (je stelt me echt teleur).
‘Van harte! Wel jammer dat er weer een goeie van de werkvloer verdwijnt’ (want op een andere plek hebben we niet zoveel aan ‘een goeie’).
Aan de adviseurskant hebben ze op hun beurt ook genoeg te melden over de docentenkant. Ook daarvan weet ik het niet precies, maar het lijkt iets met ‘ALTIJD’.
ZE gooien ALTIJD de kont tegen de krib
ZE zijn ALTIJD om drie uur de deur uit
ZE zijn ALTIJD heel betrokken hoor
‘Proficiat! Oh ja, ik had het wel verwacht’ (dat je de studenten een keer zat zou zijn).
‘Wat leuk, een promotie’ (want aan onze kant zit je beter).
‘Te gek! Goed dat we iemand uit het onderwijs erbij krijgen’ (die wellicht iets begrijpt van die mensen daar).
Ik loop natuurlijk het risico dat ik mensen nu tegen het hoofd stoot en ik weet dat ik chargeer. Tegelijkertijd weet ik ook zeker dat iedereen in het onderwijs deze uitspraken herkent. Omdat ze het zelf wel eens stiekem (of minder stiekem) hebben bedacht of omdat ze het iemand hebben horen zeggen. Misschien is dit een mooie plek om mijn eigen positie in deze mini-polarisatie even te bepalen: precies ertussenin.
Ik weet dat iedereen aan elke kant heel hard werkt, met toewijding en betrokkenheid. Ik weet dat adviseurs veel praten, maar dat doen docenten ook. Docenten gooien niet de kont tegen de krib omdat ze iets niet willen; alleen omdat iets niet duidelijk is of te veel tijd kost. Om drie uur zijn de docenten vaak al de deur uit inderdaad. Dan gaan ze naar huis om daar nog na te kijken of de volgende les voor te bereiden, een student en ouder te bellen of de administratie te doen in een LMS, CMS, LVS of SIS. Die dan ooit weer uitgedacht en aanbevolen zijn door de adviseurs.
We maken onderwijs met elkaar en kunnen, nee, móeten elkaar versterken. We moeten allemaal op elk (werk)moment het welzijn van de student voor ogen hebben. Ik beloof daarom dat ik aan alle kanten de samenwerking op zal blijven zoeken en kritisch zal blijven op vooral mijn eigen handelen. IK zal het goede zoeken in al mijn collega’s en het goede zoeken voor al de studenten.
En met de ‘ik’ kunnen we misschien af van het woord ‘ze’, dat net als het woord ‘men’ precies niemand is. Ik is in dit geval geen individualistische term. Ik ben namelijk een mens door andere mensen (vrij geïnterpreteerde filosofie van Ubuntu). Ik is wij en wij vervangt ze. Gelukkig beginnen er heel veel andere, minder lege woorden met ‘ZE’. ‘ZEn’ ‘ZEgevieren’ en ‘ZEkerheid’ kunnen de letters mooi voor ons dragen.
Wish me luck on the other side!