MBO-debat: Kamerleden willen geen woorden maar daden

Een talentstrategie, een pact voor de arbeidsmarkt van de toekomst, een verplichte stagevergoeding: aan plannen ontbreekt het minister Letschert niet. Maar de Kamerleden willen geen plannen horen, maar daden zien.

Al bij het begin van het donderdag 28 mei gehouden commissiedebat over mbo en studiefinanciering maakt Mikal Tseggai (PRO) duidelijk dat het geduld van de onderwijscommissie bijna op is. ‘In het coalitieakkoord staan mooie woorden over het mbo. Iedereen gaat vandaag weer zeggen dat het mbo onmisbaar is. Maar wie dat vindt, moet op een gegeven moment ook de daad bij het woord voegen.’ Een vergelijkbaar geluid komt van Martin de Beer, de woordvoerder van de VVD. Waar liggen nu eigenlijk de hoofddoelen van de minister? Wat gaat zij met prioriteit realiseren?

Prioriteiten

Uitgedaagd door de Kamer komt minister Letschert tot een top vijf van beleidsdoelen. Op de eerste plaats zet zij – enigszins verrassend – het onderwerp stagediscriminatie. Dat dit nog steeds in Nederland voorkomt, vindt zij ‘zeer zorgelijk’. Net als haar voorgangers wil zij graag het probleem actief aanpakken. Op welke manier zij dit wil gaan doen, blijft echter onduidelijk. Het woord ‘stagematching’ – waarbij werkgevers geen invloed hebben op de keuze van de stagiair – hanteert zij echter niet. Letschert lijkt vooral veel te verwachten van overleg met werkgevers en scholen.

Stagevergoeding

Een tweede prioriteit van de minister is de verplichte stagevergoeding. Een onderwerp dat ook al regelmatig aan de orde is geweest in de Tweede Kamer. De voorganger van Letschert, Gouke Moes, kondigde eerder aan deze verplichting ‘gewoon te gaan regelen’. Later moest hij onder druk van de werkgeverslobby deze belofte intrekken. Letschert kondigt nu aan voor de zomer met de contouren van een mogelijk wetsvoorstel te komen. Zij is voorstander van een verplichte stagevergoeding, maar ze erkent ook dat er dilemma’s zijn.

Bekostiging

Een nieuw model voor de bekostiging van het mbo is een derde hoofddoel van de minister. Hier leunt zij, zo erkent zij, sterk op het werk van minister Eppo Bruins. Het onderwerp is al uitgebreid besproken met de scholen. De Tweede Kamer is echter nog niet betrokken bij de ideeënvorming. Het nieuwe model van bekostiging moet vooral bevorderen dat scholen in krimpregio’s het onderwijs overeind kunnen houden. Nog voor de zomer wil Letschert een voorstel naar de Tweede Kamer sturen. Het nieuwe model zou bij een vlot proces vanaf 2029 kunnen ingaan.

Talentstrategie

Een telkens terugkerend onderwerp in het overleg tussen de Kamercommissie en de minister is het tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren. Het vorige kabinet verwachtte veel van een ‘pact voor de arbeidsmarkt van de toekomst’. Over dat pact is veel gepraat, zonder enig resultaat. Het huidige kabinet doet er nog een schepje bovenop met een ‘nationale talentstrategie’. Minister Letschert hoopt het komende jaar met werkgevers en werknemers overeenstemming te bereiken over zo’n strategie. Op welke wijze dit effect zou kunnen hebben op de arbeidsmarkttekorten is voorlopig nog in nevelen gehuld.

Studiefinanciering

Een laatste prioriteit betreft de studiefinanciering voor mbo-studenten. Om onduidelijke redenen zijn de regels voor een studiebeurs in het mbo heel anders dan die in het hoger onderwijs. Het is de ambitie van Letschert om deze regels te uniformeren. ‘Als we een waaier willen, moeten we ook met daden komen’, zo stelt de minister. Maar ze erkent ook dat zij dit niet snel kan regelen. Aan het uniformeren van de regels hangt een prijskaartje van 400 miljoen euro. De ongelijkheid is voor de minister ‘een graat in de keel’. Zij ziet echter geen makkelijke manier om dit probleem snel op te lossen.

Bestuursjaar

Al met al ontbreekt het de minister niet aan ambities. De komende tijd moet duidelijk worden of het Letschert wel lukt om tot concrete daden te komen. Een eerste resultaat kon de minister al melden. Vanaf 2028 mbo-studenten krijgen mbo-studenten recht op een ‘bestuursjaar’. Zij kunnen dan tijdelijk hun studie onderbreken om bijvoorbeeld een studentenvereniging te gaan runnen. Zij ziet deze maatregel als een verdere stap in de volledige emancipatie van het mbo. Het is overigens de vraag of mbo-studenten veel gebruik zullen maken van deze mogelijkheid. Al is het maar omdat in het mbo, anders dan op de universiteit, geen cultuur van studentenverenigingen bestaat.

Lees ook: Leven lang ontwikkelen: grote ambities kabinet