Vakmanschap boven instellingen: stop de Haagse blik op mbo-krimp

COLUMN | Beste mbo-docent,

Hand op het hart: hoe vaak sta jij te zwoegen in een lokaal waar net te veel lege plekken te vinden zijn, terwijl dertig kilometer verderop een collega hetzelfde vak staat te geven aan een net zo’n klein clubje studenten? Hoe lang is dat nog vol te houden?

We praten al jaren over ‘de regio’, over ‘krimp’ en over hoe we ons vakmanschap moeten beschermen. Maar terwijl Den Haag zich blind staart op spreadsheets en mbo-instellingen, vergeten ze de belangrijkste persoon in het hele verhaal: de student. Den Haag dreigt krimp van een mbo-instelling te verwarren met een verschraling van het onderwijs in een regio. Alsof het overeind houden van een instelling automatisch betekent dat je het talent in die regio helpt. 

Laat ik duidelijk zijn: het doel van de nieuwe bekostiging onderschrijf ik. Goed en toegankelijk mbo moet in heel Nederland overeind blijven, ook als het aantal studenten daalt. Maar de vraag is of we dat bereiken door krimpende mbo-instellingen te sponsoren.

Mbo 1 en 2 – in de buurt

De kern van het nieuwe bekostigingsstelsel dreigt te mislukken als we blijven kijken naar het behoud van individuele mbo-instellingen. Niet alles uit het verleden hoeft bewaard te blijven in de toekomst; zeker niet als het de toekomst van goed mbo in de weg zit. Het kan ook anders. Organiseer cruciaal onderwijs in de buurt en laat de student die iets anders wil reizen. En ja, voor niveau 1 en 2 is nabijheid voor de studenten cruciaal. Die jongeren hebben een veilige haven dicht bij huis nodig. Dat onderwijs moeten we dus altijd dichtbij toegankelijk houden. Financier alle regio’s zodat niveau 1- en 2-onderwijs behouden blijft.

Mbo 3 en 4 – studenten reizen

Maar voor niveau 3 en 4? Laten we ophouden alsof tien kilometer verderop reizen een onoverkomelijke pelgrimstocht is. Mbo-studenten zijn flexibeler dan Den Haag denkt; ze stappen op de elektrische fiets of in de trein voor een opleiding die écht bij ze past, en werken en wonen na hun opleiding vrolijk in hun eigen regio. Toegankelijkheid is niet het principe dat elke school elke opleiding aanbiedt. Toegankelijkheid is dat een student binnen redelijke tijd terecht kan op een plek waar de kwaliteit top is. Stop de versnippering van onze schaarste. Definieer waar een regio goed in is en wat er nodig is voor de regionale economie. Stem dat af tussen regio’s en richt daar je niveau 3- en 4-opleidingen bij.

Samenwerken voor kwaliteit

Laten we de olifant in de kamer noemen: we kampen met torenhoge arbeidsmarktkrapte. Er is een fors tekort aan goede docenten, gespecialiseerde apparatuur en stageplekken.

Het nieuwe bekostigingsmodel blijft de concurrentie aanjagen. In plaats van een taakverdeling en specialisatie af te spreken aan de voorkant, wordt het geld verdeeld met een vrijblijvende samenwerkingsopdracht. Op die manier subsidiëren we versnippering en offeren we de kwaliteit van ons mbo op.

Het effect zal zijn dat we een vergelijkbaar specialistisch aanbod op verschillende plekken overeind proberen te houden. Specialistische infrastructuur – hybride leeromgevingen, dure
praktijkruimtes, gepassioneerde vakdocenten – kun je niet eindeloos over kleine opleidingen en locaties verdelen.  Durf over de schutting te kijken.

En nu?

De oplossing is simpel: kijk naar het feitelijke verzorgingsgebied, weeg de studentenstromen, reistijden én de regionale arbeidsmarktbehoefte mee. Eerst samenwerken, taakverdeling en concentratie onderzoeken voordat we dezelfde opleidingen overal uit de grond stampen of in
de lucht houden. Stop met het instandhouden van instellingen als doel op zich. Kijk eerst naar wat studenten en regio’s nodig hebben. Welk onderwijs is al beschikbaar en bereikbaar? Welke vakmensen zijn straks nodig? En waar kunnen mbo-instellingen samenwerken in plaats van hetzelfde naast elkaar te organiseren?

Pas daarna komt de vraag waar extra bekostiging nodig is. Niet andersom.

Vakmanschap doet ertoe

Eén ding is zeker. De krimp stoppen we niet, ook niet met een nieuw financieel verdeelmodel. Gebruik de nieuwe bekostiging niet alleen om geld anders te verdelen, maar om het inhoudelijke gesprek te voeren over hoe we met minder studenten een sterke onderwijsinfrastructuur in Nederland organiseren. Zodat wij ons weer kunnen richten op waar we goed in zijn: het opleiden van de vakmensen die onze samenleving keihard nodig heeft. Niet omdat er een mbo-instelling moet zijn, maar omdat het vakmanschap ertoe doet.

En dat daarmee weer genoeg studenten in de klas zitten om een levendige en toekomstrobuuste opleiding te verzorgen, is wel zo prettig.