COLUMN | Het nieuwe schooljaar is weer begonnen!
Beneden, in het verzorgingshuis, begint Frank met een groep gloednieuwe studenten. Boven, in de kantoorvleugel, staat Anouk voor een klas die — hopelijk — aan het laatste schooljaar is begonnen.
Beneden zitten we in het zaaltje tegenover de eetzaal. Op andere dagen is dit het decor voor bingo, verjaardagen en het tweedehands kledingwinkeltje. Maar twee dagen per week worden hier nieuwe zorgprofessionals klaargestoomd.
Ik, Frank, vertel de nieuwe studenten wat ze de komende jaren allemaal tegenkomen: Nederlands, rekenen, burgerschap en natuurlijk digitale vaardigheden. Want verslagen maken hoort er nu eenmaal bij.
Dus oefenen we met Word. Hoe installeer je Office op je laptop? Waarom zijn mapjes handig? Hoe houd je al je bestanden een beetje overzichtelijk? En hoe zorg je ervoor dat Word met behulp van ‘Koppen’ uiteindelijk zelf een keurige inhoudsopgave maakt?
Een verdieping hoger, tussen de ruimtes van ICT en de personeelsadministratie, zitten studenten die al een heel eind verder zijn. Zij zijn druk met hun examens en razen richting het einde van hun opleiding.
Daar ben ik, Anouk, bezig de studenten voor te bereiden op die pittige laatste fase. Eén van de examens vraagt nogal wat van ze: netjes op papier laten zien welke zorg ze in de praktijk allemaal al hebben geleverd.
Makkelijker gezegd dan gedaan.
Eén student is de wanhoop nabij.
‘Anouk, hoe krijg ik dit nou een beetje netjes in een verslag? Niemand heeft ons uitgelegd hoe dat stomme Word werkt!’
Nog voordat ik iets kan zeggen, neemt een andere student het woord.
‘Nou, dan heb je tijdens de eerste lessen niet goed opgelet! Dit heeft Frank allemaal met ons besproken.’
De eerste student valt stil en kijkt vertwijfeld de klas rond. Helaas voor hem knikken de andere studenten instemmend.
Dan komt de genadeklap:
‘Dus volgens mij is dit geen Anouk-probleem, maar een jou-probleem.’
Met een lach als een boer met kiespijn kijkt hij naar de grond.
Ik neem tevreden een slok van mijn thee.
Als docent kun je iets duizend keer uitleggen, maar soms komt de boodschap pas echt aan als een medestudent het nog één keer vertelt.
Frank is zich beneden ondertussen van geen kwaad bewust. Hij loopt door het lokaal en helpt studenten met Word, het digitale studentenportaal en het aanvragen van een eventuele vrijstelling.
Na afloop evalueren we de lessen.
Beneden klinkt het:
‘Wat fijn dat we uitleg kregen over Word en zo. Ik denk dat we daar echt veel aan hebben!’
En boven:
‘Ik ga toch nog maar eens op zoek naar die informatie uit het eerste jaar. Maar met wat hulp van mijn medestudenten komt het vast goed.’
Als de studenten zijn vertrokken, drinken we samen koffie. We lachen om de student die haar medestudent zo streng, maar terecht toesprak. En stiekem zijn we ook een beetje trots.
Want blijkbaar reist de uitleg uit het eerste jaar gewoon mee naar boven.
Letterlijk én figuurlijk.
Misschien is dat wel een van de mooiste dingen aan lesgeven: je weet nooit precies wanneer je uitleg landt. Soms meteen. Soms pas een jaar later.
En soms heb je geluk en doet een student het werk voor je.