Hoe zorg je ervoor dat studenten zich tijdens hun stage gezien, gehoord en ondersteund voelen? Die vraag staat centraal in de rapportage Aan de knoppen voor betere bpv-begeleiding, die vandaag wordt aangeboden aan mbo-bestuurders. Volgens Merel Hendriks, projectleider van het Kennispunt MBO Beroepspraktijkvorming, ligt een belangrijk deel van de oplossing binnen handbereik. En dat geldt niet alleen voor de stagebegeleiding.
Landelijke onderzoeken, zoals de JOB-monitor en de BPV Monitor, laten al jaren zien dat studenten gemiddeld minder tevreden zijn over de begeleiding vanuit school dan over de begeleiding vanuit het leerbedrijf. Die cijfers geven een belangrijk signaal af, maar vertellen niet waarom studenten deze ervaringen hebben. Daarom heeft het Kennispunt MBO Beroepspraktijkvorming verdiepend onderzoek uitgevoerd. Het doel was tweeledig: beter begrijpen wat studenten, docenten en bpv-professionals ervaren. En twee: mbo-scholen inzicht geven in hoe zij de kwaliteit van bpv-begeleiding kunnen versterken, zodat studenten beter worden ondersteund, met meer vertrouwen leren in de praktijk en hun opleiding succesvol kunnen afronden.
Verschillende perspectieven samenbrengen
Het onderzoek gebeurde in nauwe samenwerking met de landelijke werkgroep Stagepact, bestaande uit betrokkenen vanuit SBB, VNO-NCW-MKB, SZW en het Kennispunt MBO Beroepspraktijkvorming. Ook JOBmbo, BVMBO, FvOv, AOb en CNV haakten aan. Deze grote hoeveelheid betrokken partijen tekent het belang van goede stagebegeleiding. Die brede betrokkenheid zie je terug in de manier waarop het onderzoek is opgezet. ‘Allereerst hebben we de gegevens uit de JOB-monitor en BPV Monitor grondig geanalyseerd’, vertelt Merel Hendriks, projectleider bij het Kennispunt MBO Beroepspraktijkvorming. ‘Daarnaast hebben we studentenarena’s georganiseerd, gesprekken gevoerd met onderwijsteams en een landelijke enquête uitgezet onder bpv-professionals. Door deze verschillende perspectieven samen te brengen is een rijk beeld ontstaan van wat goed gaat, waar knelpunten zitten en welke verbeteringen daadwerkelijk verschil maken.’
Laaghangend fruit
Tastbaar resultaat van het onderzoek is de vandaag verschenen rapportage Aan de knoppen voor betere bpv-begeleiding. Al bladerend is het duidelijk dat er nog veel moet gebeuren om de begeleiding structureel te verbeteren. Toch is Merel optimistisch: ‘Er is namelijk veel laaghangend fruit. Scholen hoeven niet te wachten op nieuwe wetgeving of grote organisatieveranderingen. Goede bpv-begeleiding ontstaat namelijk uit een combinatie van factoren, waarvan veel direct beïnvloedbaar zijn. Ik zou ieder onderwijsteam willen meegeven om bewust de tijd te nemen om het eigen bpv-proces kritisch te bekijken en te verkennen waar verbeteringen mogelijk zijn. Ik ben ervan overtuigd dat met relatief kleine aanpassingen al veel winst te behalen is.’
Het onderzoek laat zien dat goede bpv-begeleiding niet wordt bepaald door één maatregel, maar door een combinatie van factoren. Studenten noemen in het onderzoek vaak heel concrete behoeften, waarop scholen prima kunnen inspelen. Hulp bij het vinden van een stageplaats bijvoorbeeld, ondersteuning bij sollicitatiegesprekken, uitleg over stageopdrachten en duidelijkheid over contracten en vergoedingen. ‘Dat zijn soms hele kleine dingen’, zegt Merel. ‘Dat je van tevoren al je stagebegeleider ontmoet bijvoorbeeld. Of dat studenten weten bij wie ze terechtkunnen als er iets speelt.’ De rapportage noemt onder meer een centrale plek voor alle bpv-informatie, vaste contactmomenten tijdens de stage, betere voorbereiding op de start en een terugkommoment na afloop als maatregelen die snel kunnen worden ingevoerd.
Stagebeleiding verdient een plek op de bestuursagenda
In de rapportage staan tal van voorbeelden van ‘laaghangend fruit’. De pluk ervan is echter niet alleen aan onderwijsteams. Ook bestuurders hebben een belangrijke rol bij de inrichting van succesvolle bpv-begeleiding; reden waarom de rapportage vandaag aangeboden wordt aan mbo-bestuurders. Merel: ‘Bij onderwijsteams die goed scoren zie je dat bpv echt gedragen wordt door het management. Als het op de agenda staat van een teamvergadering, krijgt het veel meer prioriteit en impact.’
Kennispunt verzamelt en deelt wat werkt
De oproep om bpv-begeleiding hoger op de agenda te zetten, sluit aan bij de ambities uit het Stagepact mbo 2023-2027, waarin overheid, onderwijs, werkgevers en andere partners afspraken hebben gemaakt over betere stages. Verbetering van de stagebegeleiding is één van de vier pijlers. Het Kennispunt MBO Beroepspraktijkvorming is opgericht naar aanleiding van het Stagepact en heeft als opdracht scholen te ondersteunen bij het realiseren van de gezamenlijke ambities. Zodoende houdt het kleinschalige, maar uitermate goed ingevoerde team van het kennispunt, zich ook dagelijks bezig met de drie andere ambities uit het Stagepact: het uitbannen van stagediscriminatie, het zorgen voor voldoende stages en het realiseren van passende stagevergoedingen. ‘Wij proberen de veelheid aan informatie die er is te verzamelen, te bundelen, goede voorbeelden naar voren te halen en die vervolgens in de etalage te zetten, zodat andere scholen daar weer mee aan de slag kunnen.’
Dat gebeurt onder meer via netwerken, bijeenkomsten, workshops en praktijkgerichte hulpmiddelen. Scholen weten het kennispunt inmiddels goed te vinden. ‘De vragen die we krijgen zijn divers. Soms wil een onderwijscluster sparren over de inrichting van de bpv, soms zoekt een school houvast bij het verbeteren van een specifiek onderdeel. In zulke gevallen verkennen we samen waar de grootste verbeterkansen liggen. Ook het uitwisselen van praktijkervaringen tussen bpv-professionals van verschillende scholen helpt om van elkaar te leren en effectieve werkwijzen te versterken.’
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
De vandaag verschenen rapportage richt zich vooral op scholen. Merel benadrukt hierbij wel dat kwaliteit van stages een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. ‘Het is heel makkelijk om alle ballen bij de scholen neer te leggen, maar andere partijen zijn ook aan zet. Alle partners uit het Stagepact kunnen vanuit hun eigen positie iets doen. Iedereen heeft daarin een rol.’ De bouwstenen uit de rapportage bieden hiervoor een richtinggevend kader. Dat geldt zeker voor ingewikkelde vraagstukken zoals stagediscriminatie. ‘We zetten sterk in op het bevorderen van kansengelijkheid. Ondanks alle aandacht, bewustwording en professionalisering vertaalt zich dat nog niet direct in betere cijfers. Dat is pijnlijk. Tegelijk is dit een veel breder maatschappelijk vraagstuk dan alleen het mbo.’
Droombeeld voor 2030
Hoe ziet Merel de nabije toekomst? ‘Ik hoop dat over enkele jaren het verschil in tevredenheid over de begeleiding van leerbedrijven en scholen nagenoeg verdwenen is. Dat iedereen goed begrijpt wat een student nodig heeft om zich tijdens de bpv te ontwikkelen. Die ontwikkeling begint met bewustwording én met concrete actie. Wij kunnen als kennispunt het wat neerzetten. Het hoe is aan de scholen. Wij bieden een palet aan mogelijkheden aan, zodat iedere school kan kiezen wat past bij de eigen situatie.’ De belangrijkste boodschap van de nieuwe rapportage is dan ook hoopvol. Veel knelpunten zijn beïnvloedbaar en veel verbeteringen zijn direct uitvoerbaar. ‘Scholen kunnen vandaag al beginnen met stappen die voor studenten morgen het verschil maken’, concludeert Merel.

De rapportage ‘Aan de knoppen voor betere bpv-begeleiding’ en andere handreikingen kun je hier downloaden.