Mbo-scholen kunnen een grotere rol spelen bij het begeleiden van nieuwkomers naar duurzaam werk. Opleiding, taal, inburgering en werk moeten niet langer los van elkaar worden georganiseerd, maar samenkomen in geïntegreerde leerwerkroutes. Dat adviseert de Sociaal-Economische Raad (SER) in het dinsdag gepubliceerde advies Van aankomst naar toekomst.
De SER onderzocht hoe de arbeidsdeelname van asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden kan worden verbeterd. Deze groepen worden in het advies gezamenlijk aangeduid als nieuwkomers. Hun kennis, ervaring en ambities worden volgens de raad nog onvoldoende benut.
Acht jaar na het verkrijgen van een verblijfsstatus heeft 57 procent van de statushouders betaald werk. Oekraïense ontheemden vinden relatief snel een baan, maar werken vaak onder hun opleidingsniveau en op uitzendbasis. Zij hebben bovendien maar beperkt toegang tot taalonderwijs, scholing en ondersteuning bij het vinden van werk dat beter bij hun capaciteiten past.
Taal, opleiding en werk combineren
Volgens de SER is een ‘doorgaande lijn’ nodig vanaf het moment van aankomst tot duurzaam werk op niveau. Daarbij moet snel in beeld worden gebracht welke talenten, werkervaring en ambities iemand heeft. Vervolgens moeten taalonderwijs, inburgering, opleiding en werk zoveel mogelijk gelijktijdig worden aangeboden.Onderwijsinstellingen kunnen hierin een grotere rol spelen. De SER ziet mogelijkheden voor trajecten waarin deelnemers vaktaal leren, een beroepsopleiding volgen en tegelijkertijd worden voorbereid op een stage of baan. In verschillende regio’s bestaan al voorbeelden van zulke routes, maar die zijn volgens de raad vaak kleinschalig en afhankelijk van tijdelijke financiering.
In het mbo wordt gewerkt aan een voorstel voor een speciale leerroute voor jonge nieuwkomers. Daarin worden het leren van de Nederlandse taal, beroepsvaardigheden en andere basisvaardigheden, zoals burgerschap, met elkaar gecombineerd.
Voorbeelden in de zorg en de techniek
Dat zulke gecombineerde trajecten in de praktijk mogelijk zijn, blijkt uit initiatieven waarover mbo-today eerder schreef. In Flevoland zijn dertien nieuwkomers begonnen aan Scholing Zorgkansen. Tijdens dit twintig weken durende traject krijgen zij Nederlandse les, vaklessen en praktijkervaring bij Zorggroep Oude en Nieuwe Land. Firda voor Volwassenen verzorgt het onderwijs en de begeleiding. Het traject biedt uitzicht op een baan of vervolgopleiding in de zorg.
Ook in Eindhoven worden onderwijs en arbeidsmarkt met elkaar verbonden. Daar zijn ruim 230 asielzoekers gestart met een opleidingstraject richting de microchipindustrie. Bij Summa beginnen zij met taalvaardigheid en vaktaal. Daarna volgen lessen over veiligheid, oriëntatie op de sector en technische basisvaardigheden. Het uiteindelijke doel is duurzame uitstroom naar werk in de chipsector.
Beide initiatieven sluiten nauw aan op de aanpak die de SER voorstelt: begin met taal waar dat nodig is, koppel die aan beroepsgerichte scholing en werk samen met werkgevers in sectoren met personeelstekorten.
Leerwerkroutes naar tekortsectoren
De SER wil dat werkgevers- en werknemersorganisaties afspraken maken met sectoren waar grote personeelstekorten bestaan, zoals zorg en welzijn, kinderopvang, onderwijs, techniek, ICT en logistiek. Sectorale programma’s kunnen bestaan uit een skillsprofiel, een voorschakeltraject met een taalmodule, leerwerkroutes en mogelijkheden om verder door te groeien. Regionale mbo-scholen kunnen zulke trajecten samen met bedrijfsvakscholen, werkgevers en taalaanbieders verzorgen.
Structurele samenwerking
Gemeenten moeten volgens de SER de wettelijke verantwoordelijkheid krijgen om ook asielzoekers en Oekraïense ontheemden naar werk en participatie te begeleiden. Binnen regionale werkcentra moeten zij samenwerken met werkgevers, het UWV, onderwijsinstellingen en taalaanbieders. Nieuwkomers kunnen dan op basis van hun vaardigheden en ambities worden gekoppeld aan vacatures, stages, leerwerkplekken en opleidingen.
De SER wil voortbouwen op bestaande regionale samenwerkingen en pleit niet voor nieuwe structuren. Wel moeten succesvolle trajecten structureel worden gefinancierd en op grotere schaal beschikbaar komen.