COLUMN | De scholen zijn weer begonnen deze week in Utrecht, het gewone-school-leven start weer. Ook voor alle mbo’ers. Dat is altijd even wennen, ik merk dat bij mezelf ook. Mijn vrouw staat weer voor de klas, onze jongens gaan naar school en ik ga ook weer aan de slag. Maar toch voelt het voor mij helemaal niet alsof het ‘gewone leven’ weer begint. Vlak voor de zomervakantie is het nieuwe Utrechtse college van Burgemeester en Wethouders gestart en het voelt alsof ik nu echt van start ga. Ik sta te trappelen om aan mijn tweede termijn als wethouder te beginnen, nu ook met Onderwijs in mijn portefeuille en daarnaast blijf ik mbo-wethouder.
Want de specifieke aandacht voor het mbo blijft en dat is hard nodig. We blijven ons als stad ook de komende vier jaar stevig inzetten voor een gelijkwaardig mbo. We werken verder aan de stap van een selectie- naar een talentenmaatschappij; een maatschappij waarin jongeren niet alleen worden beoordeeld op hun cognitieve talenten, maar juist op al hun talenten. De afgelopen vier jaar heeft ons geleerd dat deze manier van denken niet op het mbo moet beginnen, maar eigenlijk al veel eerder; als de jongeren nog op het vmbo zitten. Die talentwaardering is voor jongere kinderen van onschatbare waarde.